Vorselaar in de voorgeschiedenis

In vroegere tijden is het tegenwoordige grondgebied van Vorselaar een zee geweest. Op het Moleneinde en in de dorpskom vinden we op slechts enkele spaden diepte de duidelijkste afdrukken van zeeschelpjes.

Drinkwaterputten in de dorpskom die doorheen de lagen van het later gevormd Poederleeverdiep gaan, leidden tot de ontdekking van fossielen van vissen. E.H. Dieltjens, vroeger pastoor van Vorselaar, bezat daarvan een zeer mooie verzameling.

In het Binnenbos en op de Molenheide vond men gekapte en geslepen silexen uit het steentijdperk. Zij behoorden tot de voorhistorische begraafplaats op Boshoven, tussen Vorselaar, Pulle en Grobbendonk.

Uit het Romeins tijdvak is een bronzen afgietsel bekend, een beeldje op voetstuk, dat op 13-04-1907 gevonden is op het Sassenhout, in de Aa-vallei. M. Stroobant meent dat het een bovenstuk moet geweest zijn van een Romeins legervaandel.

Hoe is dat daar beland? De volksmond weet te vertellen dat de “Hesbaan” een oude Romeinse baan moet geweest zijn.

Dat is mogelijk, maar staat niet vast. Volgens P.J. Goetschalkx was er aan de samenvloeiing van de Aa en de Nete een soort van versterking door de Romeinen gebouwd om de bewoners van de streek in bedwang te houden. Volgens dezelfde schrijver moest de streek al bewoond zijn ten tijde van de Romeinen; volgens hem was de bevolking zelfs niet onaanzienlijk. Als er al een bevolking geweest is, zal het zeker geen vaste bevolking geweest zijn. We mogen denken dat Vorselaar toen vooral bos was.

Vorselaar is van Frankische oorsprong. Daarvan getuigen het driehoekig dorpsplein of “Biest” met in het midden de waterput. De aanleg van een dorp gebeurde gewoonlijk op een hoogte, in de nabijheid van lopend water, van graslanden en bossen. Dit alles vinden we in Vorselaar terug. De waterput, in de archieven de “Penseput” is dichtgemaakt als gevolg van een ongeluk: er was een kindje in verdronken.

Vorselaar was verder de ideale ligging voor de Franken. Langs de ene kant de Aa-vallei met haar weilanden, langs het Zuiden erg uitgestrekt, maar die plots ophoudt langs het Noorden. Het dorp zelf lag op een hoogte, wat de bewoners beschermde tegen overstroming, terwijl vlakbij graslanden waren voor de kudden. Omdat het grootste gedeelte van de omgeving bestond uit bossen, was de plaats daarbij ook nog geschikt voor de jacht.

Zo mogen we veronderstellen dat de eigenlijk stichting te danken is aan een groepje Saal-Franken, die aangetrokken werden door de gunstige plaatsomstandigheden, en die misschien al in de 4e eeuw in Vorselaar hun woonstee hebben opgeslagen. Dat alles doet nog vaster vermoeden dat er in de omtrek wel degelijk banen moeten gelegen hebben, anders zou een nederzetting niet zo snel tot stand komen.

Over de naam “Vorselaar” zijn verschillende verklaringen gegeven. De betekenis van “laar” is “een open plaats in een bos”, wat zeer goed aan te nemen is als men Vorselaar plaatst in zijn kader. Anderen beweren dat de betekenis eerder is “een onbebouwde vlakte”. Over “Vors” geven verschillende auteurs de meest uiteenlopende verklaringen, maar wellicht is “Vursi” een gaspeldoorn, een soort stekelachtige brem. Vorselaar was dus een open plaats in een bos, begroeid met gaspeldoorn.

Nu heet een centrale plek van Vorselaar “Het Zand”. Dat brengt de verklaring helemaal op stevige poten. Volgens kan. David geeft men immers in sommige streken de naam “het zand” aan pleinen waar noch gras, noch bomen groeien. Dit komt overeen met de ligging van het dorp. Die streek zelf is van nature heel onvruchtbaar. Zo was bijvoorbeeld de Oostakker vroeger niets meer dan een gemeenschappelijke weideplaats voor de schapen, en schapen zijn met weinig tevreden.