Zoals dat ging een eeuw of daaromtrent geleden…

De strobusseltjes
Wanneer er iemand van de gehuchten van Vorselaar begraven wordt, brengt men het lijk met de kar naar de kerk. Opdat de doodskist door het hobbelige karrespoor niet heen en weer zou schokken wordt ze op strobusseltjes gezet die speciaal daarvoor zijn gemaakt. Bij de terugkeer van de kerk met de lege kar, legt de voerman de busseltjes kruisgewijs bij het kruispunt van twee banen, of aan een kapelletje. Die voorbijgangers die de busseltjes zien liggen slaan een kruis en prevelen een gebed voor de zielerust van de persoon wiens doodskist op die busseltjes rustte.

Uitvaart
In Vorselaar wordt niemand om 10 uur begraven zonder dat er na de dienst een uitvaart plaats heeft, in de ene of andere herberg. Op die uitvaart worden de dag vóór de begrafenis, ’s avonds in de rozenkrans door de voorbidster uitgenodigd “al wie wat voor de dode gedaan heeft”. Dat zijn, buiten de familieleden, de luiders van de dorpsklokken, de dragers, de koster, de misdienaars en de blazer van ’t oksaal. Onveranderlijk krijgt men op een eersteklasuitvaart boterhammen met Hollandse kaas en koffie. De koster bidt er een “De profundis”.

Rozenkrans
Als er iemand overleden is, gaat een meisje uit de naaste geburen rond om aan de mensen mee te delen dat er op een bepaald uur en op een bepaalde plaats rozenkrans is voor de overledene. Op de gehuchten wordt in ’t huis van de aflijvige zelf, in de dorpskom meestal in de kerk, de rozenkrans “gelezen”. Voor elke wijk bestaat er een bepaald persoon die voorbidder is. Dat is gewoonlijk een vrouw. Als de rozenkrans aan huis wordt gebeden hebben de bewoners in de buurt planken gehaald en hebben die op twee stoelen gelegd, bij wijze van banken. Want zoveel volk kan anders op de gewone stoelen van de huisraad niet zitten. Na de rozenkrans wordt er door de voorbidster nog menige vaderons bijgebeden. Na de gebeden gaat men over de overledene een kruisteken maken met wijwater.

Nieuwjaarszingen
Met Nieuwjaarsavond is er voor de jongelui ook wat te doen. Dan steken ze zich in oude kleren, hangen een stuk gordijn voor hun gezicht of zetten een masker op. Zo gaan ze dan van deur tot deur, stoten die open en zingen van:
“Nieuwjaarke zoete
Ons verken heeft vier voete
Vier voete en een steert
Ik ben een nieuwjaar weerd.”
Ondertussen rommelen ze met spaarpotjes waar de mensen geldstukken insteken. En … dan moet je die grote glaasogen van de kinderen des huizes zien als die zwarte mannen in de deuropening verschijnen. Vele kinderen zien ’s nachts nog die zwartgemaakte en vermomde gezichten.

De gilde teert
Als de dag van St.Sebastiaan, St.Ambrosius of St.Joris is gekomen, dan wordt er geteerd. ’s Morgens om 8 uur is er gewoonlijk een mis voor de afgestorven gildebroeders. De grote trommel is uit de hoek gehaald en ook de eeuwenoude standaard. En terwijl ze langs de straten stappen, slaat de trom.
“En daarachter komen d’r nog nog nog,
en daarachter komen d’r nog.”
Na de mis worden er in ’t lokaal van de gilde boterhammen met “frut”, of liever “frut” met boterhammen gegeten. ’s Middags eet men haast onveranderlijk groene en witte bonen met soepvlees en daarna stoofkarbonaden met “patatten”. Om alle gaatjes te vullen krijgt men daarna nog rijstpap. En bier is er niet tekort. En ’s namiddags gaat de gilde op ronde met slaande trom en wapperende vlag, van herberg tot herberg.

Driekoningen
Met Driekoningen wordt er in vele huishoudens een plaatbrood gebakken of een taart waarin een labboon verborgen zit. Hij die het stuk met de boon kiest krijgt van elk lid van het huisgezin een frank of een halve frank of het bedrag dat men van tevoren overeenkwam. Op die dag stappen langs de besneeuwde straten grotere jongens of ook wel volwassenen (bedelaars gewoonlijk) met een mooie zelfgemaakte ster die ze aldoor maar laten draaien. En terwijl ze de deuren opengooien zingen ze het liedje van Driekoningen:
“Drie koningen uit het Oosten,
drie koningen met ene ster.”
En de mensen die nog in zondagsstemming zijn, geven gewoonlijk mild in de vooruitgestoken, blauw-verkleumde handen.

Verhuizen
Als een boer naar een andere hoeve trekt, dan wordt hij door zijn nieuwe buren overgehaald. Met 10 à 15 karren komen ze af en ze laden het huisgerief, het stro, het alaam en de mest op. De meisjes leiden de koeien en de kalveren. De boerin en de boer zitten met hun jongste kinderen op de schoongemaakte huifkar. De paarden dragen wimpels in manen en staart en de voerlui hebben hun klak versierd met papieren rozen. Onderweg wordt er in de rij gedanst en gezongen:
“Op … willen wij niet wonen
Daar zijn de wijven te zwert.
Op … willen wij wel wonen
Daar zijn ze beter van hert.”
Langs de weg wordt geen enkele herberg overgeslagen en op de nieuwe hoeve worden krentenboterhammen met eieren gegeten door het vrouwenvolk, terwijl het mannenvolk een vat bier te drinken heeft.

Het land palmen
Met Palmzondag trekken de boeren naar de hoogmis met een busseltje palm onder de arm. In de kerk wordt die palm gewijd. ’s Namiddags gaat de boer door zijn velden en steekt een takje palm op de uithoeken der akkers. Voor elk takje dat hij zo steekt moet hij een weesgegroet bidden. In het bijzonder het koren wordt met veel zorg gepalmd. En zo staat het onder Gods hoede. De lente zal het doen opschieten en de zomer zal het doen rijpen en vruchten doen voortbrengen.

Bedevaart
Van oudsher gaat de processie elk jaar in de meimaand van Vorselaar naar Scherpenheuvel op bedevaart. Tot enkele jaren voor de Grote Oorlog trok die processie met een goed dozijn of meer huifkarren, te voet over Herselt en Zichem naar het Mariaoord. Daar werd dan overnacht. Het is een gebruik dat de plechtige communicanten van dat jaar meegaan. Langs de baan en in de trein wordt er gebeden, het ene tientje na het andere. De moeders dragen aan de hand een korf met boterhammen en harde eieren, die ze in Scherpenheuvel in een herberg (gewoonlijk alle jaren dezelfde) zullen opeten. Daar aangekomen gaan ze in rij en zingend naar de kerk. De mis wordt gedaan en de kaars geofferd. Daarna lopen ze de kramen af tot het tijd is voor de Rozenkrans en de Kruisweg. ’s Namiddags is er lof. Als ze ’s avonds dan met grote plechtigheid in het dorp weerkeren staan de kinderen langs de straat te wachten op moeder, terwijl de klokken luiden, om te zien wat ze uit Scherpenheuvel meebrengt.

De Mei op ’t dak
Wordt er een huis gebouwd en zijn reeds de balken van het dak gelegd, dan wordt de Mei er opgestoken. Deze bestaat uit een jong groen denneboompje, dat op de vorst wordt vastgemaakt zodat het boven het gebouw uitsteekt. En dan is het feest voor de metsers en dienders die er dan een goede snaps, en soms een vaatje bier, op drinken, op de kosten van de eigenaar.

Lichtmis
Met Lichtmis zetten de bewoners van Vorselaar stoven, boterstaanders, kuipen, kruiwagens, wiegen, bedden, kortom alles wat ze missen kunnen aan de deur, waar het bij opbod en in aanwezigheid van de notaris verkocht wordt. Boonstaken en erwtenrijzen, raaptollen, biet en mest, alles is er te koop. Alle oude rommel wordt buitengezet en aan de man gebracht. Oudheidkopers van Lier slenteren van huis tot huis om te zien of er nergens iets naar hun gading te vinden is. Dikwijls doen ze een goede koop. Die koopdag lokt veel volk naar het dorp, dat met de rondgaande notaris slentert van huis tot huis. En of er dan leutige kwinkslagen gehoord worden !

De Meiboom
We zijn haast in de mei. Op de gehuchten waar een kapelleke staat, komen ’s avonds de jonge meisjes bij elkaar in de ene of andere hoeve en maken er papieren rozen, kettingen en wimpels. Een schone, rechte, jeugdige den wordt dan gehaald, de stam wordt geblekt en met klaterpapier omwonden. Zijn takken mag hij behouden. Hierin worden de veelkleurige papieren versierselen gehangen. Dan wordt de 1e mei de Meiboom voor het kapelleke geplant, terwijl de Congregatie-meisjes een liedje ter ere van O.L.V. zingen.