13. Cornelis van Bergen kwam door de goedkeuring van Keizer Karel de 28e februari 1527 of 1528 in het bezit van Vorselaar. Cornelis, zoon van Cornelis van Glimes of Bergen en van Maria van St.Simon, die Zevenbergen onder Ranst bezaten, leefde eerst aan het hof van Margareta van Oostenrijk en werd door Keizer Karel voorgesteld als hulpbisschop van Luik, waar hij Prins-bisschop werd de 16e juni 1536. Hij gaf zijn ontslag als Prins-bisschop op 27 mei 1544. Hij stierf rond 1560, na Vorselaar te hebben overgemaakt aan de man van zijn zuster, Jan van Ligne.

14. Jan van Ligne werd heer van Vorselaar op 9 juli 1555. Hij was zoon van Lodewijk, heer van Barbançon, en van Maria van Glimes of van Bergen, zuster van Cornelis. Hij huwde Margaretha van der Marck, erfdochter van Robrecht van der Marck, graaf van Arenbergh. Een der voorwaarden van dit huwelijk was dat de kinderen de naam en het wapen van de Arenberghs zouden dragen. Deze heer werd gouverneur benoemd van Friesland, Overijssel en Groningen op 23 mei 1568. Zijn vrouw stierf te Zevenbergen in 1597, 70 jaar oud.

15. Karel van Ligne en van Arenbergh, zoon van voorgaande, werd de stamvader van de prinsen van Arenbergh (3 gouden mispelbloemen op een veld van geel). Hij huwde op 4 januari 1597 Anna de Croy, oudste zuster en erfgename van Karel de Croy, hertog van Aarschot, prins van Chimay, en werd datzelfde jaar door Filips II gouverneur der Nederlanden benoemd. Hij stierf op het kasteel te Edinghen, waar hij het klooster der Capucijnen bouwde, op 18 juni 1616, 64 jaar oud. Zijn vrouw stierf op 26 februari 1635, 71 jaar oud. Beiden werden begraven in het door hen gestichten Capucijnenklooster.

16. Philips van Arenbergh werd geboren op 15 oktober 1587 als oudste zoon van voornoemde. Hij was prins van Arenbergh, hertog van Aarschot en Croy, en baron van Zevenbergen. Hij trouwde met Hypolita van Melun en had met haar een dochter. In 1620 huwde hij Clara Isabella van Lalaing, dochter van Florent van Berlaimont; met haar had hij een zoon en een dochter. Later, na 1630, huwde hij Maria Cleo van Hohenzollern, met wie hij twee kinderen had: een zoon, Karel-Eugeen, en een dochter. Hij stierf te Madrid op 25 september 1640, en werd begraven in het klooster te Edinghen.

17. Karel-Eugeen van Arenbergh, zoon uit het derde huwelijk van voorgaande, huwde Henrica van Lusance, weduwe van Ferdinand van Rije. Hij kreeg Vorselaar in 1641 op 5 oktober, en verkocht de heerlijkheid met aanhankelijkheden op 29 december 1663 voor 130 000 florijnen aan de heer die volgt.


De familie die in het bezit komt van de heerlijkheid staat in hoog aanzien bij de Habsburgers: ze verblijven immers zelf aan het hof van Margaretha en worden zelfs door Keizer Karel aangesteld als hulpbisschop van Luik.

Onder Filips II worden de macht en de invloed nog versterkt door het feit dat Karel van Ligne en van Arenbergh trouwde met Maria de Croy, waardoor de familie van prinselijke bloede werd. Al was het geen gemakkelijke taak gouverneur te zijn van de drie noordelijke provinciën, toch woog dit nadeel niet op tegen de eer, toen Karel van Ligne en Arenbergh gekozen werd tot gouverneur der Nederlanden in 1597, het jaar voor het begin van de regering van Albrecht en Isabella.

Onder deze vorsten gebeuren geen bijzondere feiten. Alleen zien we dat Philips overlijdt te Madrid, wat ons nog toont hoezeer onze heren in de gratie der Spanjaarden stonden.