Na de dood van Albrecht en Isabella begint voor onze streken de ongelukseeuw (o.a. door de sluiting van de Schelde).

18. Jan Proost werd geboren te Castel (Noord-Brabant) op 16 september 1612, werd lid van de Raad van Brabant, onderkanselier en in 1668 voorgedragen om kanselier te worden. Hij werd ridder op 18 augustus 1659. Hij herbouwde het vervallen kasteel en versierde de omgeving met eiken plantages. Het is dit kasteel dat baron Le Roy tekende in 1678. Deze heer verbleef te Vorselaar en liet op het hoogkoor een marmeren grafmonument met een Latijns opschrift maken. Hij was gehuwd met een zekere Anna van Gindertaelen. Hij stierf op 21 januari 1680 en werd in de parochiekerk voor het Sint-Jozefsaltaar begraven. Zijn vrouw overleed op 8 september 1671.

19. Jan Proost II, zoon van voorgaande. In 1671 huwde hij Juliana Maria Noicetty, verbleef eerst te Antwerpen, later te Brussel, waar hij schepen werd. Onder deze heer begon met de gemeente een reuzenproces over belastingen en tienden, dat aansleepte tot 1719 en eindigde met een akkoord tussen heer en gemeente. Hij stierf op 12 februari 1709.

20. Mevrouw J.M.Noicetty verliet daarna de heerlijkheid en verkocht ze aan een zoon uit de adellijke familie “de Pret”.
Het feit dat het proces nu ook nog bleef voortduren doet veronderstellen dat waarschijnlijk de gemeente zal geweigerd hebben de gewone belastingen te betalen. We zijn op dat ogenblik gekomen in een tijd van allerlei rampen voor de bevolking: de ongelukseeuw met haar ellende en droevige gevolgen. De heer zal waarschijnlijk deze weigering niet heel blij opgenomen hebben, aangezien dat voor hem een vermindering van zijn inkomsten betekende. Nochtans zien we dat, wanneer die ongelukkige tijden voorbij zijn, er een nieuwe familie in het bezit komt van de heerlijkheid en de zaak aanstonds opgelost is.

Alhoewel de Proosten van minder belang zijn dan de Arenberghs, bekleden ze nochtans een vooraanstaande positie, in zoverre dat ze zelfs voorgedragen worden als kanselier in 1668. Jan Proost II bracht het weliswaar niet zo ver als zijn vader, maar werd toch schepen van Brussel.