De familie van Rotselaer was één der bijzonderste families van het hertogdom. Ze bezaten erfelijk de titel van Seneschalk of Hofmeester aan het hof van de hertog. In zijn hoedanigheid had de heer van Rotselaer recht op twee paar klederen per jaar, ieder paar van vier stuks. Wanneer hij op de hoogdagen naar het hof kwam of daar ontboden werd, ontving hij voor loon: 3 gellen wijn en 15 schellingen geld, met daarbij kaarsen en toortsen. Iedere keer dat hij de tafel diende, had hij zijn schotels en zijn zilver, verder alle jaren een hert van de jacht van de vorst en 20 schellingen van elke hofmeier die in Brabant aangesteld werd.

1. Arnolf van Rotselaer, vermeld in het jaar 1274.

2. Gerardus I, zoon van de voorgaande, nam in 1288 met zijn oom Gerardus deel aan de veldslag van Woeringen, en werd op dit slagveld zelf ridder geslagen. Hij was rond 1280 gehuwd met de 1e dochter van Simon van Geldenaken. Hij stierf in 1303 bij het beleg van Mechelen.

3. Gerardus II van Rotselaer, zoon van voorgaande, gehuwd met Maria, dochter van Arnold van Herlaer en later met Maria van Hellebeke. Hij stierf in 1355, in datzelfde jaar nog was hij één der 5 edele ridders geweest die het charter der Blijde Inkomst van Cortemberg bezegelden.

4. Gerardus III, zoon van voorgaande en van diens tweede vrouw, Maria van Hellebeke. Bekend in de geschiedenis door de volksopstand in 1360 te Leuven, waaraan hij deelnam. Hij was ook kastelein van de hertog van Geldenaken. Hij was gehuwd met Maria van Bautersem, ook van Bergen genaamd. Hij nam deel aan de slag van Basweiler in 1371, waardoor Wenceslijn in de handen van Linfars geraakte. De 10e oktober 1370 kocht hij van Jan van Landewijck de heerlijkheden van Kasterlee, Lichtaart en Retie. De twee laatste zullen ruim 500 jaar, samen met Vorselaar worden vererfd en verhandeld. Van Jan van Cuyck, heer van Hoogstraten, kocht Gerardus de heerlijkheid van Hoogstraten. Door al die aankopen werd de heer één van de grootste grondbezitters van zijn tijd. De geschiedschrijving leert ons dat hij verder sprong dan zijn stok lang was, en dat hij grote schulden maakte. Het kerkarchief van Vorselaar bezit het testament van deze heer, opgemaakt op 7 januari 1381. Het is waarschijnlijk deze heer die het kasteel herbouwde en daarvoor niet wilde onderdoen voor Crayenhem te Grobbendonk, met als gevolg dat deze twee heren mekaar de keel toemetsten bij het opbouwen.

Gerardus wilde de staatsie van de van Rotselaers rond Leuven hoog houden in de Kempen, waar de heerlijkheid – hoewel groter dan in Brabant – niet zoveel opbracht.

Na zijn dood in 1381 werden, behalve Vorselaar, zijn bezittingen verkocht om zijn schulden te betalen. Hij zelf had geen kinderen, en daarom ging de heerlijkheid van Vorselaar terug aan het stamhuis der van Rotselaers te Leuven.

5. Jan I van Vorselaer (= Jan II van Rotselaer), zoon van Jan I van Rotselaer en van Mathilda Estor, volgde te Rotselaar op zijn broer Wilhelm en te Vorselaar op zijn oom. Hij kocht van Wouter van Duffel, aan wie de heerlijkheden van Retie, Lichtaart en Kasterlee wegens schulden van Geraard waren toegewezen, deze dorpen terug. Hij was erfdrossaard van Brabant en voogd van Maastricht. Hij huwde eerst met Jenny, dochter van Thierry de Haneffe, heer van Seraing, die overleed zonder hem kinderen na te laten. Hij hertrouwde met Margaretha van Waver, weduwe van Jan van Aerschot, genaamd van Schoonhoven, dochter van Jan van Waver en Catherina de Zweef. Hij was in 1371 in de slag bij Basweiler en vervulde meer dan eens diplomatieke zendingen. In 1397 nam hij deel aan het beleg van ’s Hertogenbosch. Hij stierf in 1406.

6. Jan II van Vorselaer (= Jan III van Rotselaer), zoon van voornoemde en van diens tweede vrouw, Margaretha van Waver. Hij trouwde met Maria van Diest en stierf vóór 1411. Zijn weduwe hertrouwde met Arnold Bauw.

7. Jan III van Vorselaer volgde zijn vader op, huwde eerst Maria van Berlaimont, genaamd de Nile, en had van haar een dochter, genaamd Johanna of Jenny, die in 1427 trouwde met Simon, graaf van Salm. Hij was erfdrossaerd van Brabant en voogd van Maastricht, en heer van Vorselaar en Retie. Hij trouwde een tweede maal in 1445 met Isabella van Hoorn, vrouwe van Parwijs (Perweze in Waals Brabant), Duffel en Geel, en had van haar twee kinderen: Catherina en Jan, over wie verder meer. Ook deze heer onderhield de riddertraditie van de familie: in 1415 werd hij te Azincourt gevangen genomen, en hij was als gezant van de hertog in Frankrijk tijdens de oorlog van Jeanne d’Arc, waarover hij de 22e april 1429 vanuit Lyon een belangrijke brief aan de hertog schreef. Hij was aanwezig bij de stichting van de Leuvense Hogeschool in 1429 en hij stierf in 1450-1451. Zijn weduwe hertrouwde met Jan Pinnock, heer van Nieuwenrode, en later met Jan Brant, heer van Grobbendonk. Zij overleed op 9 oktober 1492.

Bij zijn tweede huwelijk in 1445 kwamen Vorselaar met de afhankelijke heerlijkheden, Lichtaart en Retie, voor een tijd in de handen van zijn dochter.

8. Johanna van Vorselaar, gehuwd met graaf Simon van Salm; ze hielden hun blijde intrede in Retie op 14 maart 1453, in Rotselaar in 1452.

9. Jacob, graaf van Salm, zoon van de vorige, gehuwd met Isabelle de Glimes, dochter van de heer van Bierbais, hield zijn blijde intrede in Retie op 28 juni 1457. Hij stierf zonder kinderen omstreeks 1467.

10. Jan IV van Vorselaar, zoon uit het tweede huwelijk van Jan III met Isabella van Hoorn, meer bekend als heer van Perweys, kreeg van zijn halfzuster Johanna (na de dood van haar zoon Jacob) de heerlijkheid van Vorselaar. Jan IV huwde met Clementina van Boechout op 5 juni 1482. Deze heer verbleef te Vorselaar, en werd er ook begraven. Zijn marmeren grafzerk wordt in de kerk bewaard. De graveerder heeft de overlijdensdatum verkeerd gelezen of verkeerd gegraveerd: 1425 i.p.v. 1495.

11. Hendrik van Vorselaar, zoon van de vorige, erfde ondanks zijn minderjarigheid de goederen van zijn vader op 20 oktober 1496. Hij stierf te Parijs in 1500 en liet zijn erfenis aan zijn zuster Isabella.

12. Isabella van Rotselaer kreeg de heerlijkheid van Vorselaar bij erfenis van haar broeder. Zij trouwde eerst met Michel de Croy, heer van Chièvres en Sempy, en in 1520 met Thomas Schotelmans. Ze stierf in 1529, als laatste afstammelinge in het oud adellijk geslacht van de van Rotselaers.


Onder de hertogen van Brabant spelen de van Rotselaers een eersterangsrol. Ze worden zelfs de vertrouwelingen van de hertog onder Jan III van Vorselaar: toen moesten ze als gezant naar Frankrijk. De van Rotselaers zijn vergroeid met het hertogdom Brabant.

Het verval komt onder degene die het hoogst klom op de ladder van roem en eer. In 1430 komen de Boergondiërs aan het bewind en Jan III kan zijn laatste dagen in vrede doorbrengen. Met het weggaan der eigen hertogen verdwijnt ook stilaan de familie van Rotselaer naar de achtergrond, tot ze doodbloedt met Isabella.