Vergilius omringd door de Muzen.Publius Vergilius Maro werd geboren in 70 voor Chr. nabij Mantova aan de Po, uit een welstellende familie. Hij studeerde in zijn jeugd en kreeg een verzorgde opvoeding. Hij werd advokaat, maar oefende dat beroep niet uit. In plaats daarvan ging hij dichten. Na een Atheense studiereis werd hij ziek, en hij stierf nabij Brindisi in 19 voor Chr.

Mantua me genuit, Calabri rapuere,
Tenet nunc Partenope; cecini pascua, rura, duces.

Vergilius was een tijdgenoot van o.a. Cicero en Horatius in de Gouden Eeuw. Zijn voornaamste werken zijn: Bucolica (pastorale poësie), Georgica (didactische verhandelingen over het landleven, in dichtvorm), en Aeneis (de geschiedenis van Aeneas). In elk van die werken vinden we een politiek tintje (de verheerlijking van Augustus), zoals het prediken van een vlucht van de stad naar het land, om daar te gaan werken.

De Aeneis is een epos van zowat 10 000 verzen in 12 boeken. Het handelt over een deel van de Trojaanse sagenkring, nl. de geschiedenis van de inname van Troje, de zeven jaar durende tocht van Aeneas, en de vestiging in Italië. Bedoeling is ook hier een verheerlijking van Augustus’ en Romes grootheid. Het werk was nog niet helemaal voltooid toen Vergilius stierf.

Waar de Ilias eerder volksepiek is, liederen gemaakt door verschillende mensen en voortgeleerd door het volk, is de Aeneis auteursepiek, werk van één man die met grote zorgvuldigheid een kunstwerk tracht te scheppen.

De hoofdlijn is de geschiedenis van Aeneas, die bij Trojes val van de goden en van Hector de opdracht krijgt de Trojaanse goden te redden en een nieuwe stad te zoeken. Boek I tot VI is een reisgedeelte, een soort van tweede Odyssea, boek VII tot XII is een strijdgedeelte, geïnspireerd op de Ilias.

Het reisgedeelte begint met het vertrek uit Sicilië. Door een storm belandt Aeneas in Carthago , waar hij in een lange flash-back alles vertelt wat daarvoor gebeurde: de laatste 24 uur van Troje, en de reis tot Sicilië. Dan komen we opnieuw in het verhaal met de relatie tussen Dido en Aeneas. Tenslotte beschrijft dit eerste deel de laatste tocht naar Italië (en de onderwereld).

Het tweede deel, het strijdgedeelte speelt zich af in Italië. Aeneas en Turnus strijden om de hand van Lavinia. Dit deel is minder gestructureerd.

De bedoeling van het werk is deels letterkundig: een kunstwerk scheppen van het niveau van dat van Homeros. Deels is ze nationaal-politiek: een indirecte verheerlijking van Rome en Augustus, een steun aan de pacatioplannen.

De goden spelen ook een prominente rol in het verhaal. Jupiter heeft een voorkeur voor de Trojanen (voorvaderen der Romeinen). Aan dezelfde kant staan Venus (moeder van Aeneas), Neptunus (beschermt Aeneas, maar wordt dikwijls verschalkt door de andere goden) en Mars. Juno, de koningin der goden, neemt het op voor de vijanden van de Trojanen, ten gevolge van haar vernedering door Paris.