sallustius_2
Sallustius

Het laatste publiek optreden van Catilina in de senaat.

Maar in zijn wreedheid ging Catilina op dezelfde wijze voort, hoewel wachtposten waren uitgezet en hijzelf op grond van de Lex Plautia was ondervraagd. Tenslotte kwam hij naar de senaat, zij het om alles te ontveinzen, zij het om zich wit te wassen, alsof hij door een aantijging was uitgedaagd. Ofwel had Marcus Tullius de consul schrik voor de aanwezigheid van Catilina, ofwel was hij door woede aangegrepen, maar hij hield toen een pracht van een redevoering, die tegelijk nuttig was voor de republiek. (Achteraf heeft hij die gepubliceerd.) Toen Cicero ging zitten begon Catilina – want hij was ertoe in staat alles te ontveinzen – met neergeslagen ogen en smekend gezicht van de senatoren te vragen dat ze over hem niets ondoordacht zouden geloven : “Uit die familie was hij geboren, zo had hij vanaf zijn jeugd zijn leven georiënteerd, dat hij mocht hopen op alle goed; ze mochten niet denken dat hij, een man van adel, behoefte had aan de ondergang van de staat – hijzelf en zijn voorouders hadden het Romeinse volk heel wat diensten bewezen – terwijl Marcus Tullius, een vreemde luis te Rome, haar zogezegd beschermde.” Toen hij daarbij nog andere grofheden voegde, overschreeuwden de anderen hem en maakten hem uit voor moordenaar. Toen schreeuwde hij razend: “Omdat ik zonder meer door mijn vijanden in het nauw word gedreven, en naar mijn ondergang word gestuwd, zal ik mijn woede koelen met uw ondergang.”

32.
Daarna stormde hij het senaatsgebouw uit, naar huis. Daar dacht hij heel wat na, omdat de geplande aanslag tegen de consul niet opschoot en omdat hij begreep dat door de wachtposten de stad beveiligd was tegen brand; hij oordeelde het het beste het leger te versterken en alvorens legioenen te lichten, heel wat vooraf te regelen, wat bij een oorlog dienstig was; in het midden van de nacht dan, vertrok hij met enkele vertrouwelingen naar het kamp van Manlius. Maar Cethegus en Lentulus en de anderen, van wie hij de strijdlust kende, droeg hij op op alle mogelijke manieren de macht van de partij te versterken, de aanslag tegen de consul te bespoedigen, moord, brand en andere oorlogsmisdaden voor te bereiden; hijzelf zou eerlang met een groot leger tegen de stad oprukken.

Advertenties