16.

De jongelui nu, die hij zoals wij boven hebben vermeld, naar zich had gelokt, wijdde hij op velerlei wijze in de misdaad in. Uit dat milieu stelde hij valse getuigen en ondertekenaars ter beschikking. Hij dwong hen goede naam, bezittingen en risico’s als onbelangrijk te beschouwen; daarna, toen hij hun goede naam door het slijk had gesleurd en hun schaamtegevoel had afgestompt, beval hij hun veel ergere dingen. Als op dat ogenblik een aanleiding tot misdrijven geenszins te vinden was, dan bracht hij daarom niet minder onschuldigen als schuldigen in de val en liet hen uitschakelen; begrijpelijk ! Om te voorkomen dat ze door inactiviteit fysiek of moreel zouden verwekelijken, was hij liever zo maar boos en wreed.

Op dit soort vrienden en kameraden steunde Catilina. Bovendien was hun schuld overal enorm; de meeste veteranen van Sulla hadden rijkelijk hun goed opgebruikt en dachten met heimwee terug aan hun vroegere plundertochten en hun overwinning; daarom verlangden ze naar een burgeroorlog. Om al die redenen nam Catilina het besluit de republiek omver te gooien. In Italië bevond zich geen enkel leger; Cn Pompeius voerde oorlog aan de andere kant van de wereld; Catilina zelf dong naar het consulaat en maakte een goede kans; de senaat was beslist nergens op bedacht; alles was veilig en rustig; in één woord, dat was een ideale situatie voor Catilina.

20.

Catilina merkte dat zijn vrienden, die ik daarnet heb vermeld, samen waren. Hoewel hij met ieder afzonderlijk meer dan eens heel wat had besproken, achtte hij het nuttig ze gezamenlijk toe te spreken en hen aan te moedigen, daarom trok hij zich terug in een afgelegen deel van het huis, liet alle getuigen verwijderen en hield daar de volgende redevoering.

Als uw moed en betrouwbaarheid mij niet waren bewezen geweest, dan zou de situatie tevergeefs gunstig zijn uitgevallen. Onze grootse verwachting, de heerschappij in onze handen, zou nutteloos zijn geweest, en ik zou het onzekere niet nemen voor het zekere met behulp van lafaards en ijdeltuiten. Omdat ik u in heel wat moeilijke omstandigheden heb leren kennen als moedig en mij verknocht, heb ik het aangedurfd een grootse en mooie onderneming aan te vangen, tegelijk omdat ik heb ingezien dat hetzelfde zowel voor u als voor mij goed en slecht is. Want hetzelfde willen en hetzelfde afwijzen, dat is tenslotte hechte vriendschap.

U allen hebt reeds vroeger afzonderlijk gehoord wat ik heb gepland. Overigens raak ik van dag tot dag steeds meer geënerveerd wanneer ik onder ogen neem welke onze levensvoorwaarden zullen zijn, als we voor onszelf de vrijheid niet opeisen. Want, toen de staat terechtkwam in de totale afhankelijkheid van enkele machthebbers, waren altijd koningen èn viervorsten hèn schatplichtig, volkeren en naties betaalden hèn belastingen; al de anderen, goede degelijke burgers, van adel of niet, wij vormen het uitschot, zonder invloed of gezag, onderworpen aan hen, voor wie we een schrikbeeld zouden vormen, als de staat sterk stond. En zo bevinden alle invloeden, alle macht, alle ereambten en rijkdom zich bij hen, of daar waar zij het wensen; ons lieten ze risico’s, weigeringen, processen, armoe.

Hoelang dan nog zult u dat verdragen, vrienden ? Is het niet beter moedig de heldendood te sterven, en een miserabel en eerloos bestaan, waar je een voorwerp van spot bent van de arrogantie van anderen, in schande te verliezen ? Maar voorwaar, bij de trouw van goden en mensen, de overwinning is in uw handen: wij zijn sterk door onze jaren, mentaal staan we stevig; daarentegen is bij hen door de jaren alles afgestompt, en door de rijkdom verwekelijkt. We moeten alleen maar beginnen; de situatie wijst de rest uit.

Welk mens, mannelijk van aard, kan verdragen dat bij hen rijkdom ligt opgestapeld, die zij uitkappen bij bouwen in zee en bij het slechten van heuvels, en dat ons elk bezit, zelfs voor het allernoodzakelijkste, ontbreekt ? Dat zij twee of meer huizen aan elkaar bouwen, en dat wij nergens een haardje bezitten ? Hoewel zij schilderijen, beelden en vaatwerk kopen, nieuwe huizen slopen en andere optrekken, in één woord, op alle manieren hun geld erdoor jagen en opmaken, toch kunnen zij met de grootste moeite hun rijkdom niet de baas. Maar thuis hebben we armoe, buitenshuis schulden, het heden is zwart, de toekomst nog veel dreigender; kortom, wat hebben we nog buiten een miserabel bestaan?

Wanneer gaat u dan toch wakker worden ? Want kijk, die vrijheid, die u zo dikwijls hebt gewenst, en bovendien rijkdom, eer en glorie liggen voor het grijpen. De fortuin heeft dat alles gereserveerd voor de overwinnaars. De zaak zelf, de tijdsomstandigheden, de risico’s die we lopen, de prachtige vooruitzichten, meer dan mijn redevoering, overtuigen u. Doe een beroep op mij, als leider of als gewoon soldaat: ik zal u met raad en daad bijstaan. Dat alles zal ik, naar ik hoop, samen met u als consul realiseren, tenzij misschien mijn verwachtingen me bedriegen, en u veeleer bereid bent u te onderwerpen dan te bevelen.

Advertenties