Ga in ballingschap uit haat tegen mij.

Catilina22.
Waarom zeg ik dat intussen ? Opdat één of andere zaak je zou vermurwen, opdat je ooit tot bezinning zou komen, opdat je een vlucht zou overwegen, opdat je hoe ook aan ballingschap zou denken ? Ach, mochten de onsterfelijke goden je dit inzicht geven. Toch zie ik in, indien jij door mijn stem afgeschrikt, je ertoe zou bewegen in ballingschap te gaan, welk een storm van haat ons boven het hoofd hangt, indien niet vandaag, omdat je misdaden nog vers in het geheugen liggen, dan toch in de toekomst. Dat heb ik er nochtans voor over, mits maar deze ramp tot mij persoonlijk beperkt blijft en gescheiden wordt gehouden van gevaren voor de republiek. Maar dat je onder de indruk zou komen van je eigen gebreken, dat je de straffen, bij wet voorzien, zou vrezen, dat je begrip zou hebben voor de belangen van de staat, moet van jou niet worden gevraagd. Want, Catilina, jij bent er de man niet naar dat schaamtegevoel je zou doen terugdeinzen voor schanddaden, of vrees voor het gevaar, of gezond verstand voor waanzin.

23.
Daarom, zoals ik al herhaaldelijk heb gezegd, ga weg, en indien je, zoals je het uitschreeuwt, de haat tegen mij, je doodsvijand, wil aanwakkeren, vertrek dan maar regelrecht in ballingschap. Moeilijk zal ik de kritiek der mensen kunnen weerleggen, als jij het doet, moeilijk zal ik het gewicht van die haat kunnen torsen, als jij op bevel van de consul in ballingschap zult zijn vertrokken. Maar indien je mijn lof en eer wil dienen, ga dan met je schabouwelijke misdadigersbende, vervoeg Manlius, rui de verdorven burgers op, zonder je af van de goeden, doe het vaderland de oorlog aan, bejubel je goddeloze bandieterij, opdat men zou zien dat je niet door mij naar vreemden zijt weggejaagd, maar op hun vraag naar jouw eigen kornuiten zijt gegaan.

Of ga naar Etrurië, waar alles op je wacht.

24.
Ach, waarom zou ik je dat vragen, als ik toch al weet dat je er enkelen hebt vooropgezonden, die bij Forum Aurelii met de wapens in de vuist op je wachten, als ik weet dat je met Manlius dag en plaats van samenkomst hebt afgesproken, dat je zelfs die zilveren adelaar hebt vooruitgezonden – ik reken erop dat hij voor jou en al je vriendjes verderf en onheil zal brengen – de adelaar, waarvoor je in je huis een misdadig heiligdom hebt opgericht ? Hoe zou je hem langer kunnen missen, hem die je placht te vereren telkens je op moordtocht uittrok, van bij wiens altaren die misdadige hand van je zo dikwijls vertrok om burgers te gaan vermoorden.

25.
Je zal tenslotte toch gaan, naar waar je ongebreidelde en waanzinnige ambitie je reeds lang lokt. Deze zaak immers berokkent jou geen leed, maar wel een ongelooflijk genot. Om zo dwaas te worden heeft de natuur je gebaard, heeft je ambitie je geoefend, de fortuin je gespaard. Nooit heb je, niet alleen een rustig leven begeerd, maar zelfs een andere oorlog dan een goddeloze. Je hebt je een bende schurken aangeschaft van verlopen kerels, en van mensen die niet enkel door het lot, maar ook door de hoop in de steek zijn gelaten.

26.
Welke blijdschap zal je in hun midden genieten, om welke vreugden je verblijden, en in welk genot zwelgen, als je tussen die grote aanhang van je geen enkel fatsoenlijk mens zult horen noch zien. Tot een dergelijke levenswijze waren al die inspanningen van je, die zo werden opgehemeld, berekend. Nu kan je laten zien die befaamde gehardheid van je tegen honger, koude, gebrek aan alles, waardoor je weldra je zal voelen afgemaakt worden.

27.
Zover ben ik dan toch geraakt door je van het consulaat verwijderd te houden dat je nu als balling de staat kan op de proef stellen, liever dan hem als consul te kwellen, zover ook dat al je misdadige plannen nu eerder struikroverij worden genoemd dan oorlog.

Advertenties