Cicero's rede tegen Catilina - Cesare Maccari 1888
Cicero's rede tegen Catilina - Cesare Maccari 1888

Het staatsbelang eist uw vertrek.

Gezien dit de situatie is, Catilina, ga voort op de weg die je hebt ingeslagen. Verlaat dan eindelijk deze stad; wijd open staan de poorten; vertrek ! Al veel te lang snakt naar je leiderschap dat kamp van je onder Manlius. Neem ook met je mee al je vriendjes, of ten minste zoveel mogelijk ervan; zuiver de stad. Van een grote vrees zal je me bevrijden, als er maar een muur tussen jou en mij is. Onder ons verblijven kan je niet langer, ik duld het niet, ik verdraag het niet, ik laat het niet toe.

11.
Veel dank zijn we verschuldigd an de onsterfelijke goden, en bijzonder aan deze Jupiter Stator hier, van oudsher beschermer van onze stad, omdat we al zo dikwijls zijn ontsnapt aan deze pest, zo walgelijk, zo huiveringwekkend en zo gevaarlijk. Niet langer mag het opperste heil van de republiek op de helling gezet worden in de persoon van één enkel mens. Zolang je mij, Catilina, toen ik nog maar aangeduid consul was, hebt belaagd, heb ik mij teweergesteld, niet met een officiële bescherming, maar door mijn eigen oplettendheid. Toen je tijdens de jongste consulverkiezingen mij als consul, en ook je mededingers hebt willen vermoorden op het Marsveld, heb ik je misdadige pogingen verijdeld met de hulp en de steun van mijn vrienden, zonder door een beroep op staatsbijstand ergens paniek te zaaien; tenslotte, telkens je me aanviel, heb ik met eigen middelen weerstand geboden, al zag ik in dat mijn ondergang met een grote ramp voor de staat gepaard ging.

12.
Maar nu val je openlijk de hele staat aan. De tempels van de onsterfelijke goden, de huizen in de stad, het leven van alle burgers, geheel Italië bestem je tot ondergang en vernietiging. Daarom, omdat ik dit wat eerst had moeten gebeuren, en wat bij dit gezag en volgens de aloude zeden passend is, nog niet durf uitvoeren, zal ik eerst doen wat milder is als straf, nuttiger voor het algemeen belang. Want indien ik bevel had gegeven om je te doden, zou binnen de staat een handvol samenzweerders zijn overgebleven; maar als jij, waartoe ik je reeds lang aanspoor, de stad verlaat, dan zal uit die stad geloosd worden dat overvloedige en verderfelijke vuile water, dat gevormd wordt door je vriendjes.

13.
Welnu, Catilina, aarzel je soms om op mijn bevel te doen wat je reeds uit eigen beweging hebt willen doen ? De consul beveelt een vijand de stad te verlaten. Je vraagt me: “Toch niet in ballingschap ?” Dat beveel ik je niet, maar indien je mijn oordeel vraagt, ik raad het je aan.

Advertenties