Buste die de oude Cicero voorstelt. Prado, Madrid.Marcus Tullius Cicero werd geboren in 106 voor Christus in Arpinum in Latium. Hij was afkomstig uit een welstellend gezin met een zeer ambitieuze vader. Deze wilde dat zijn zonen het ver zouden brengen in de politiek. Daarom verhuist het gezin naar Rome.

Cicero heeft zich goed geschoold in de wijsbegeerte (Academie). Hij was niet alleen een groot redenaar, ook een groot theoreticus.

Hij leefde in een heel rumoerige tijd: de dictatuur van Sulla, de burgeroorlog. In het begin van zijn carrière hield hij zich politiek wat afzijdig, maar na die periode krijgt hij faam door zijn durf en door de rijke stijleigenschappen van zijn redevoeringen. Zo kwam het dat hij op de minimumleeftijd de hoge ambten veroverde: quaestor (72), aediel (69), praetor (66), consul (63). Door die verkiezingen werd hij automatisch senator.

Op het einde van de republiek waren er twee strekkingen: conservatief (patriciërs) en progressief (plebejers). De conservatieve Optimates hielden het bij de tradities, de Populares waren actief en agressief omdat ze iets probeerden te verkrijgen (o.a. Caesar, die van de republiek een monarchie zou maken).

Cicero hield zich in het midden. Hij was van nature conservatief, maar sluw genoeg om zich niet te binden.   Tussen 60 en 50 wordt hij in een richting gedrongen door het triumviraat. De intrigant Clodius kan hem laten verbannen, maar na anderhalf jaar roept men hem terug. Na Clodius’ dood komt het tot een gevecht tussen Pompeius en Caesar, die wint. Cicero is dan de tegenpartij. Hij juicht de moord op Caesar toe, niet dat hij iets tegen de persoon had, maar wel tegen de usurpator: volgens Cicero was Caesar onwettig aan de macht gekomen en oefende hij die macht op een onkiese manier uit. Onder het tweede triumviraat, dat Caesar opvolgt, wordt Cicero vogelvrij verklaard.

Op 7 december 43, op de leeftijd van 63 jaar, werd hij tijdens de vlucht vermoord op het strand van zijn buitengoed.

Cicero noemde zich graag een homo novus: hij komt uit een niet-Romeinse familie die zich nooit met de staat had beziggehouden. Hij had zelf zijn carrière opgebouwd en was daar heel fier op. Hij lijkt wat ijdel, en soms een arrivist. Zoals tegenwoordig de media iemand kunnen maken, zo moest je dat vroeger zelf doen, vandaar de ijdele taal.

Cicero was geen groots staatsman, maar wel een uitzonderlijk redenaar. Hij was erom bekommerd om van zijn redekunst het summum te maken. Een teken van zijn waarde is, dat hij één van de schrijvers is, van wie het meeste werken bewaard zijn gebleven.

Werken

Redevoeringen.
Hiervan zijn er 57 bewaard gebleven. We kunnen een onderscheid maken. Aan de ene kant zijn er eerder juridische zaken, met meestal wel een politieke achtergrond. Pro Milone bijvoorbeeld, behandelt de politieke moord op Clodius. Pro Archia gaat over een politiek-grondwettelijk probleem, nl. het al dan niet met recht dragen van het Romeins burgerschap door een Grieks dichter. Aan de andere kant zijn er de zuiver politieke redevoeringen. Pro Ligario bijvoorbeeld behandelt de amnestie. Er zijn natuurlijk de vier redes In Catilinam. De redevoeringen In Marcum Antonium noemt men ook de Philippische redevoeringen, omdat Cicero hier dezelfde betoogtrant gebruikt als Demosthenes in zijn redevoeringen tegen Philippus van Macedonië.

Verhandelingen.
Het gaat hier om filosofische en theoretische werken. Cicero is geen filosoof, maar hij geeft de Griekse wijsbegeerte weer. De natura deorum gaat over religie, De amicitia is een ethisch werk over de ware vriendschap, De senectute over de ouderdom. Andere theoretische werken gaan vooral over de redekunst: hoe ontwikkelt zich een goed redenaar? Voorbeelden zijn De oratore, Brutus, Orator ad Brutum.

Brieven.
Dit is de omvangrijkste groep nagelaten werk. Het gaat om 864 brieven: 774 door Cicero, 90 aan Cicero. Cicero was verbannen en wist graag wat er gebeurde. De feiten zijn niet steeds objectief, maar wel duidelijk weergegeven. Zoals de redevoeringen op literair gebied belangrijk zijn, zo zijn  de brieven belangrijk voor de geschiedenis.

Invloed.
In zijn eigen tijd had Cicero invloed op politiek gebied. Cicero heeft ook het ethisch-humanistisch denken van de 16e eeuw beïnvloed. Literair is zijn invloed heel groot: op het proza (bijvoorbeeld in de Renaissance), op de studie van het Latijn, op de redevoering (tot op onze dagen leeft zijn invloed op de manier waarop men een redevoering opstelt).

De Catilinarische redevoeringen: In Catilinam orationes quattuor.
De hoogste ambten werden vertegenwoordigd door enkele families. Wie er in slaagde ze tóch te bereiken was een homo novus, die door de nobiles met tegenzin, of niet, werd opgenomen, en die als parvenu werd beschouwd. In 63 stond voor de consulaatsverkiezingen de homo novus Cicero tegenover Lucius Sergius Catilina uit de nobiles. Catilina verloor de strijd omdat hij bij zijn soortgenoten als intrigant bekend stond. (Overigens deed Catilina maar wat anderen ook deden, we mogen niet vergeten dat we hem kennen door Cicero, die niet echt objectief is.)

Catilina legde zich er niet bij neer, en trachtte onwettig aan de macht te komen door geweld en samenzwering. Cicero liet hem bespioneren en wachtte… Op 8 november sprak hij de eerste redevoering uit, waarin hij Catilina’s plannen bekendmaakte. Catilina voelde zich niet meer veilig in Rome, verliet dezelfde dag de stad en vervoegde zijn leger. Op 9 november spreekt Cicero voor de volksvergadering (Comitiën) zijn tweede redevoering uit om Catilina te ontmaskeren. Catilina werkt door en heeft handlangers in Rome, zodat er gevaar blijft. Een maand later spreekt Cicero de derde en de vierde rede uit. De handlangers worden gedood, en het leger verslagen, waarbij Catilina sneuvelt.

Advertenties