Xenophon
Xenophon

Jeugd in Athene

Xenophon werd rond 430 v.Chr. geboren in het Attisch dorpje Erchia, zowat 15 km ten oosten van Athene. Hij stamde uit een voorname familie en ontving een ernstige en verzorgde opvoeding.

Twee factoren waren voor de jonge Xenophon van grote betekenis voor de rest van zijn leven: de schokkende militaire en politieke gebeurtenissen te Athene (Peloponnesische Oorlog), en het voorbeeld en de lessen van Socrates.

Toen hij zijn diensttijd had volbracht nam hij deel aan de wereldoorlog van zijn tijd, de Peloponnesische Oorlog. Na de nederlaag van zijn vaderstad bleef hij onder de wapens in dienst van de Dertig.

Met Socrates had hij geen uitgebreide contacten, maar ze waren voldoende om een diepe en blijvende invloed op hem uit te oefenen.

Zijn eerste literaire werkzaamheid

Hij publiceerde nog onuitgegeven werk van Thucydides over de Peloponnesische Oorlog. Dan begon hij aan zijn Hellenica, een vervolg op het werk van Thucydides waar deze plotseling, midden het jaar 411, zijn verhaal had afgebroken. Men vermoedt dat Xenophon Thucydides’ aantekeningen over het tweede deel van de oorlog heeft benut. De Hellenica vertoont immers in werkwijze, geest en stijl verwantschap met het werk van Thucydides. Daar voegt Xenophon de Atheense geschiedenis van 404-403 aan toe. Hij keurt vrij duidelijk de tyrannie van de Dertig af en neemt een verzoenende houding tegenover de democratie aan. Dit werk gaf hij in 402 uit, met de bedoeling de rol die hij in de burgeroorlog aan de zijde der aristocraten gespeeld had te doen vergeten, en bij te dragen tot de versteviging van de vrede met Sparta.

Avonturen in Azië

Hoewel er amnestie was verleend, was de toestand te Athene niet bepaald gunstig voor een ex-aanhanger van de Dertig, en toen een gastvriend uit Thebe aan Xenophon voorstelde om deel te nemen aan een expeditie van Cyrus in Klein-Azië, had deze spoedig een besluit genomen. Tijdens deze tocht kwam hij in bewondering voor Cyrus, en hij hoopte onder Cyrus’ koningschap hem als officier of ambtenaar te kunnen dienen, en zo in Klein-Azië een nieuw vaderland te vinden.

Toen Cyrus was gesneuveld verzwond deze droom uiteraard en kreeg Xenophon de dringender taak het Griekse leger uit het binnenland weg te leiden. Nadat ze de Zwarte Zee hadden bereikt wilde hij zich meer dan eens in Klein-Azië of Thracië vestigen. Tenslotte stond hij de rest van zijn leger af aan de Spartaanse generaal Thibro, die met de verdediging van de Griekse steden in Klein-Azië was belast, in 399.

Toen werd Xenophon door Athene verbannen. Waarschijnlijk hadden de Atheners liever niet dat Xenophon, die twee jaar na zijn vertrek weer van zich liet horen, en die wat goed bevriend was met Sparta, terugkwam. Een welkom voorwendsel vonden ze in de tocht met Cyrus, die eens Athenes vijand was geweest.

Kort daarop huwde Xenophon Philesia, een Ionische die hem twee zonen schonk : Gryllus en Diodorus.

Hij trad nu in dienst van Sparta en als ondergeschikte van Thibro hield hij het commando over de oud-strijders van Cyrus. In 396 werd de leiding overgedragen aan Agesilaos, voor wie Xenophon grote bewondering had. Agesilaos had al plannen voor een grootse veroveringstocht naar Perzië, toen hij teruggeroepen werd naar Sparta, dat zich door de coalitie van Thebe en Athene bedreigd voelde. Xenophon volgde hem naar Griekenland, hopend na een korte veldtocht met hem naar Azië terug te keren. Het was echter het definitieve einde van zijn Aziatische toekomstplannen.

Hereboer en schrijver in Scillus

De nederlaag van Sparta woog zwaarder dan Agesilaos’ overwinning te Koronea, waar Xenophon bijna tegen zijn wil in tegen Athene vocht zodat men niet meer naar Azië kon terugkeren. Xenophon liet zijn gezin dus naar Sparta overkomen. In 390-389 ging hij nogmaals met Agesilaos op expeditie en daarna trok hij zich terug in Scillus te Elis, onder Spartaans protectoraat. Waarschijnlijk heeft het vreemdelingenvrezende Sparta hem uit het land gezet en hem “uit dank voor bewezen diensten” vergunning gegeven zich in Scillus te vestigen. Hier vond Xenophon eindelijk een thuis waar hij zich zeventien jaar aan zijn liefhebberijen kon wijden : landbouw, paarden en jacht. Ook begon hier zijn eigenlijke literaire activiteit.

Xenophon werd door de vernederende Koningsvrede, in 386 door Sparta ondertekend, diep teleurgesteld. Herinneringen aan de tocht der 10 000 leven op en hij kan ze nu vertellen. Zo wil hij ook de onzinnigheid van de met de Perzen gesloten vrede aantonen, hij kent immers hun lafheid en trouweloosheid.

Hij schrijft een reeks opstellen over Socrates, waarschijnlijk alleen om ze voor te lezen aan zijn vrienden en opgroeiende zoons. Hij stelt ook een stuk Griekse geschiedenis te boek om Agesilaos en zijn kring een aangename blik te laten werpen op de afgelopen 20 jaar.

Rond 377 wordt Scillus bedreigd. Athene herstelt zich en bedreigt de Spartaanse hegemonie. In Sparta rakelt men Xenophons verleden op en bekritizeert zijn vroegere bevelvoering in Azië en Tracië. Het tweede deel van de Anabasis is hierop een antwoord en dient om Sparta’s gunst te bewaren. In 371 kwam er opnieuw vrede tussen Sparta en Athene, maar de overwinning van Thebe op Sparta in datzelfde jaar was voor Elis het sein de Spartanen te verdrijven en Xenophon verlaat Scillus.

Terug te Athene

Nu vond Xenophon gedurende 3 of 4 jaar een toevlucht op Korinthe, en schreef er slechts de geschiedenis van 379-375, die een schrijver verraadt die het Atheense publiek zijn fouten wil doen vergeten, en die toenadering zoekt.

Athene hief het verbanningsdecreet op en na 35 jaar keert de zestigjarige Xenophon naar zijn vaderland terug. Hij produceert nu overvloedig literatuur die getuigt van zijn belangstelling voor het Atheense openbare leven en zijn verlangen om daarin een woordje te mogen meespreken.

Zijn beide zoons dienen in de Atheense ruiterij en stellen zo de militaire bekwaamheid die ze van hun vader hadden verworven, ten dienste van Athene. In 362 vertrokken ze met een cavaleriekorps naar het door Thebe bedreigde Sparta. Alleen Diodorus keerde van Mantinea terug, Gryllus sneuvelde in een schermutseling vlak voor de slag. Dit pijnlijk offer werd een schitterend symbool voor de oprechtheid van Xenophons trouw aan Athene.

Xenophon zette, bekommerd om de financiële, economische en politieke problemen van Athene, onverpoosd zijn literaire arbeid voort. Hij schrijft de Oeconomicus, de Cyropaedie (over de luisterrijke Oosterse monarchie). Hij schrijft het laatste deel van de geschiedenis, waaraan hij in 402 begonnen was, en geeft het de naam Hellenica. Hij vult zijn vroegere opstellen over Socrates aan met de Herinneringen aan Socrates, waarin hij aan het Athene van 355 zijn laatste lessen geeft.

Volgens de traditie is hij te Korinthe overleden.