Theatermasker dat Dionysos voorstelt
Theatermasker dat Dionysos voorstelt

Het Griekse drama

De dramatiek is ontstaan uit de godsdienst. Om teksten duidelijk te maken werden ze uitgebeeld. Dit gebeurde o.a. op de vruchtbaarheidsfeesten ter ere van Dionysos, waar de mensen zich verkleedden. Een hypothese is dat “tragedie” afkomstig is van “tragoon ooidij” (zang van de bokken), en “komedie” van “koomoon ooidij” (zang van de marcherenden).

Er werden zeer hoogdravende lyrische koorzangen gezongen : dithyramben. Ook daarvan kwam een uitbeelding die lyrisch was, eerst door 1, later door 2 personen, wat en conflictsituatie mogelijk maakte. De hoogdravende lyriek evolueerde tot mededeling en tot drama.

In de 5e eeuw duiken drie treurspelschrijvers van klasse op : Aeschylos, Sophokles, Euripides. Voor alle drie wordt het geheel van het gebeuren beheerst door de alles beheersende en soms blind optredende moira. Bij Aeschylos is de onderwerping aan de moira blind. Bij Sophokles is de moira oppermachtig, maar het zijn wij die ze realiseren, dikwijls onwillend : ieder volbrengt zijn lot. Euripides is nog meer rationalist : hij minimaliseert de waarde van het lot, de drijfveer van het gebeuren is de mens en zijn passie.

Ook in de vorm is er evolutie. Bij Aeschylos overweegt het lyrische nog (koor + 2 spelers). Bij Sophokles overweegt dramatiek, afgewisseld door gereduceerde lyriek. Er is een derde speler. De lyriek evolueert naar twee groepen van 7 + 1 man apart, die tussenkomen in beurtzangen. Als het koor in de dramatiek tussenkomt is het de koryphaios, de koorleider, die de woordvoerder is. Het toneel wint zo aan spankracht. Noteren we nog dat 1 speler meerdere rollen speelde. De stukken zijn een afwisseling van lyriek en dramatiek : prologos (D), parodos (L), 5 epeisodia (D), stasima (L), epilogos (D), kommos (L) (klaagzang).

Sophokles in himation
Sophokles in himation

Antigone

Elk jaar werd tijdens de Dionysosfeesten een wedstrijd gehouden. Drie auteurs werden geselecteerd. Vóór Sophokles had Aeschylos 13 prijzen behaald. Sophokles behaalde er 18. Euripides maar 5. Op zo’n wedstrijd moest men 3 stukken en een 1 saterspel opvoeren.

Antigone zou van rond 440 dateren. Het behoort tot de Thebaanse sagenkring : de voorgeschiedenis van Thebe, waarop een vloek der goden rustte omwille van een vergrijp. Antigone, Ismene, Eteokles en Polyneikes zijn de 4 kinderen van Oidipoes en Iokaste. Oidipoes had buiten zijn weten zijn vader gedood en zijn moeder gehuwd. Toen hij dat besefte, strafte hij zichzelf door zijn eigen ogen uit te steken, en was hij in ballingschap gegaan. Zijn beide zonen zouden hem met jaarlijkse beurten opvolgen. Na het eerste jaar weigert Eteokles af te treden. Polyneikes zoekt bondgenoten en valt zijn stad aan. Thebe wint, maar beide broers hebben elkaar gedood. Koning wordt nu Kreoon, de oom. Zijn eerste daad is uitvaardigen dat Polyneikes moet onbegraven blijven. Hier begint het stuk, de morgen na de strijd. De twee zusters van Polyneikes worden geconfronteerd met de vraag : wat nu, moeten we Polyneikes begraven ?

Het toneel begint met de prologos : een stukje dramatiek vóór de intrede van het koor. Dan komt het koor op en het blijft aanwezig tot het einde van het stuk.

De hoofdpersonages zijn : Antigone, Ismene, Kreoon, Haemoon (zoon van Kreoon, verloofde van Antigone), Teiresias (blinde ziener), een wachter bij het lijk, Eurydice (vrouw van Kreoon), een bode van binnen en een bode uit de stad.

Er is eenheid van plaats (alles gebeurt op 1 plek, wat erbuiten gebeurt, wordt verteld), van tijd (alles wordt samengeperst in 24 uur) en van actie (alles ligt rond één gebeuren).

Advertenties