Zeus
Zeus

22e zang.

Godenraad.

Toen begon de vader van goden en mensen hen als volgt toe te spreken : “Jammer, met mijn eigen ogen moet ik zien dat de man, die mij lief is, achtervolgd wordt rond de stadswal. Mijn hart jammert om Hector, die mij zoveel ossenschenkels offerde op de toppen van de dalenrijke Ida, of anders in de hoge stadstempels. Nu echter jaagt de goddelijke Achilles hem in snelle koers rond de stad van Priamos. Vooruit dan, goden, overweeg en beslis of we hem van de dood zullen redden, ofwel of we hem nu reeds zullen laten overwinnen, hoe dapper hij ook weze, door Achilles, zoon van Peleus.”

Hem antwoordde de godin met de heldere ogen Athena : “O vader, die de schitterende bliksem draagt en in donkere wolken zijt gehuld, wat zeg je nu ? Wil je een man die sterfelijk is, en van eerstaf voor dit lot bestemd, nu weer bevrijden van een pijnlijke dood ? Ga je gang, maar geen van de andere goden stemt daarmee in.”

De wolkenverzamelaar Zeus antwoordde haar : “Wees gerust, dochter van Triton, mijn kind, ik spreek helemaal niet in ernst, integendeel, ik wil het je naar je zin maken. Handel dus naar goeddunken en stel niet langer uit.” Met deze woorden spoorde hij Athena aan, die al lang ongeduldig daarop wachtte. Snel daalde ze van de Olympustoppen naar beneden.

Dit is een nogal naïef aandoend verhaaltje, bijzonder door het optreden van Zeus. Hij wordt wel machtig voorgesteld in epitheta, maar geeft toch toe. Hij wil geen kwaad doen, maar schuift de verantwoordelijkheid op een ander. De andere goden drijven hem tot een beslissing. Dat wil hij niet, en hij schuift de verantwoordelijkheid op een ander, door te zeggen dat hij maar wat schertste.

Zeus treft niet de uiteindelijke beslissing. Hij moet zich onderwerpen aan het lot. De moira beslist alles, zelfs de goden moeten er zich naar richten.

Athena laat er geen gras over groeien. Dadelijk gaat ze naar beneden, heel snel. Ze gaat de beslissing uitlokken, verhaasten en richten.

Ondertussen staan de vechters niet stil.

Het lot is tegen Hector.

De snelvoetige Achilles joeg nog steeds onverdroten Hector op en zat hem op de hielen. Zoals wanneer een hond in bergland een hertejong opjaagt, na het van zijn leger te hebben verdreven, door kloven en door dalen ; als het dan in kreupelhout zich verbergt en aan het zicht probeert te onttrekken, dan blijft de hond op het spoor en loopt onverpoosd door tot hij het vindt. Zo kon ook Hector de snelle zoon van Peleus niet kwijtraken. Telkens opnieuw trachtte hij zo snel mogelijk bij de Trojaanse poorten te komen, tot vlak onder de fraaie torens, in de hoop dat men hem van bovenuit met pijlen te hulp zou komen. Maar even dikwijls moest hij rechtsomkeert maken en naar de vlakte terugkeren, want Achilles sneed hem telkens de weg naar de stad af. Zoals men in een droom de vluchteling niet kan inhalen, want de één kan de ander niet ontkomen, de andere de ene niet te pakken krijgen, zo kon Achilles Hector al lopend niet inhalen en Hector kon niet ontsnappen. Hoe had Hector zijn doodslot kunnen ontlopen, als niet voor de allerlaatste keer Apollo hem tegemoet was gekomen, en hem kracht had gegeven, en snelheid in zijn benen. De goddelijke Achilles verbood zijn mannen met een hoofdknik tussen te komen, hij duldde niet dat ze naar Hector hun scherpe pijlen schoten opdat niemand door hem te treffen de eer zou opstrijken, zodat hijzelf te laat zou komen. Toen ze voor de vierde keer bij de waterput kwamen, toen nam vader Zeus de gouden weegschaal in zijn handen, hij legde beider lot, de beslissing van de vreeswekkende dood erin, langs de ene kant dat van Achilles, langs de andere kant dat van Hector de paardentemmer. Hij hield ze bij het midden omhoog, Hectors lot woog zwaarst, hij ging naar Hades, Phoebos Apollo liet hem alleen.

In feite is het lot niet tegen Hector, het is blind. Eerst hebben we de achtervolging, dan de beslissing. De schrijver maakt ons de achtervolging duidelijk in haar onbeslistheid. Zonder andere tussenkomst kan het nog lang blijven duren.

We krijgen beelden : de hinde wordt niet gevat, maar ontsnapt niet ; Hector wordt door Achilles van de muren gehouden ; de droom. En we krijgen een korte verklaring : Hector krijgt hulp van Apollo, en Achilles wil niet dat iemand zich met Hector bemoeit.

Het afwegen van het lot. De vorige tekst is lang om het onbeslist karakter weer te geven. Deze tekst is kort en koel verhalend. De laatste zinnen zijn zeer bondig. De boodschap wordt ons heel nuchter meegedeeld, al is ze van ontzettend belang. Het staat nu onherroepelijk vast : Hector gaat eraan. Eens het lot beslist heeft, is er geen beroep meer. Voor de goden is Hector dood. Apollo legt zich zonder meer bij de beslissing neer. In dit stilistisch hoogstaand stukje worden we in een paar woorden met onze neus op de feiten gedrukt.

In het vorige stuk zagen we het belang der goden. Ook hier : Apollo helpt Hector. Maar uiteindelijk doen de goden ook maar wat het lot hen toelaat te doen. Zeus mag alleen de weegschaal maar vasthouden. We kregen de achtergrond van het gebeuren.

Nu volgt het afrollen van het verhaal, zoals vooraf is bepaald. Athena gaat ingrijpen. Ze verschijnt aan Achilles in haar eigen gedaante, aan Hector in de gedaante van diens broer Deifobos. Ze overtuigt hen verder te vechten.

De misleiding van Athena.

De godin met de fonkelende blik Athena was reeds bij de zoon van Peleus, ze stond vlak naast hem en sprak met gevleugelde woorden : “Nu eindelijk hoop ik, godenkind, schitterende Achilles, dat wij beiden voor de Grieken grote roem zullen brengen naar de schepen, door Hector te doden, die zo onverzadigbaar is in de strijd. Want nu heeft hij geen kans meer ons nog langer te ontvluchten, zelfs niet al zou zijn beschermer Apollo zich ten zeerste inspannen door zich om en om te wentelen voor de voeten van vader Zeus die de aegis draagt. Blijf jij dus maar staan en rust wat, ikzelf zal naar hem gaan en hem ertoe brengen het gevecht van man tot man op te nemen.” Zo sprak Athena en hij gehoorzaamde met vreugde in zijn hart, hij bleef staan, leunend op zijn bronsgepunte speer.

Ze liet hem daar achter en haalde de goddelijke Hector in, van gestalte en onvermoeibare stem lijkend op Deifobos. Ze stond vlak naast hem en sprak gevleugelde woorden: “Beste vriend, de snelle Achilles doet je wel zeer veel last aan, je in vlugge koers rond de stad van Priamos achtervolgend. Maar kom nu, laten we halt houden en ons hier ter plaatse verdedigen.”

Haar antwoordde toen de grote helmboswuivende Hector: “Deifobos, reeds lang was jij mijn beste vriend tussen al de kinderen die Hecabe en Priamos het leven schonken; maar nu meen ik dat ik je in mijn hart nog veel hoger moet achten, nu je, toen je me met je ogen in nood zag, om mijnentwil hebt gewaagd buiten de wal te komen, terwijl de anderen er binnen blijven.”

Tot hem sprak toen de godin met de fonkelende blik Athena : “Beste broer, onze vader en lieve moeder, en samen met hen al je vrienden hebben om beurt mijn knieën omvat en gesmeekt bij hen te blijven ; zozeer zijn ze allen bang; maar mijn hart werd in mijn binnenste verscheurd door een kwellende smart. Laten we nu recht op hem instormen en vechten, de speren niet gespaard, opdat we weten of Achilles ons zal doden en onze bebloede wapenrusting zal meevoeren naar zijn gewelfde schepen, ofwel of hij door jouw speer kan worden overwonnen.” Na deze woorden ging Athena hem listig voor.

De goden kunnen zeer actief optreden en de gebeurtenissen beïnvloeden. Apollo en Zeus waren nog niet actief. Athena gaat echter zelf de zaken regelen. Achilles wil wel vechten, maar Hector niet. Daarom verschijnt ze hem onder de gedaante van een broer.

Ons komt de misleiding onsympathiek over. Hadden de Grieken afkeuring voor Athena’s list en valsheid, of vinden ze het gewoon een strategisch plan ? We verwachten ook dat Homeros geëngageerd zou zijn, maar hij blijft neutraal, hij verhaalt, maar oordeelt niet.

De vechters komen naar elkaar, en beginnen te bekvechten. Hector zegt tegen Achilles : het is jij of ik, ik zal je uitleveren, doe jij dat ook zo. Achilles weigert dat. In deze psychologische oorlogsvoering merken we dat beiden van hun kans overtuigd zijn.

Bedrieglijke hoop.

Na deze woorden zwaaide hij zijn lange speer en wierp ze vooruit, maar de schitterende Hector zag ze aankomen en ontdook ze. Hij bukte zich immers toen hij ze zag komen. De bronzen speer vloog over hem voorbij en boorde zich vast in de grond. Pallas Athena rukte ze weer los, gaf ze terug aan Achilles, zonder dat Hector, de volksleider, het zag.

Hector sprak toen tot de onberispelijke zoon van Peleus: “Je hebt me gemist, en dus, godengelijke Achilles, je wist nog niet welk lot door Zeus mij was bedeeld, dat had je toch gezegd; maar je bent een held met de tong en geslepen in woorden opdat ik je zou vrezen en mijn kracht en mijn dekking zou vergeten. Nee, je zal geen speer in mijn rug boren terwijl ik vlucht, maar drijf ze dwars door mijn borst, terwijl ik recht op je toestorm, indien een god je dat toestaat; nu is ’t jouw beurt om mijn bronzen speer te ontwijken. Mocht je ze helemaal in je lichaam opnemen. Dan zal de oorlog voor de Trojanen heel wat lichter worden, als jij gesneuveld bent, want jij bent voor hen de ergste plaag.”

Zo sprak hij, en hoog uithalend slingerde hij zijn lange speer; hij trof Peleus’s zoon midden op het schild en miste niet, maar zijn speer sprong ver van het schild terug weg. Hector was kwaad omdat zijn scherp werktuig vergeefs uit zijn hand was ontsnapt, hij stond daar beteuterd, maar een andere speer had hij niet; hij riep om Deifobos met het witte schild, luid schreeuwde hij; hij vroeg hem een lange lans, maar deze stond niet meer aan zijn zijde.

Advertenties