Achilles tegen Hector
Achilles tegen Hector

Afscheidswoorden (Testament van Hector).

Daarna kuste hij zijn zoon en wiegde hem in zijn armen en hij sprak biddend tot Zeus en de andere goden: “Zeus en andere goden, geef dat dit kind van mij wordt zoals ik steeds was, de dapperste onder de Trojanen, uitblinkend in kracht en machtig heersend over Troje. En moge men ooit zeggen: ‘Nog beter is hij dan zijn vader als hij terugkeert uit het gevecht’, moge hij dan de bebloede wapenrusting dragen van de vijand die hij heeft gedood, moge zijn moeder vreugde vinden in hem.”

Na deze woorden legde hij het kind in de armen van zijn vrouw, zij drukte het tegen haar geurige boezem en lachte door haar tranen heen. Haar man werd bewogen bij dit zicht, streelde haar met de hand, noemde haar naam en sprak: “Liefste, maak je toch niet te veel zorgen om mij in je hart, want geen man zal mij naar Hades zenden als dat mijn lot niet is ; want ik meen dat geen enkel mens zijn lot kan ontvluchten, hij weze een lafaard of een dappere, van zo gauw hij geboren is. Maar ga naar huis en draag zorg voor je eigen bezigheden, het getouw en de spinrokken, en doe ook je meiden het werk verrichten. De oorlog zal een zorg wezen voor alle mannen die in Troje geboren zijn geboren en het meest voor mij.”

Na deze woorden nam de schitterende Hector weer de helm met de paardenstaart. Zijn vrouw was reeds op weg naar huis toe, maar herhaaldelijk keerde ze zich om en ze stortte hete tranen. Vlug kwam ze toen aan in het fraaigebouwde huis van Hector, de mannendoder ; daarbinnen vond ze haar vele dienaressen. Bij hen allen wekte ze geklaag op.

Dit is een soort testament. Na de klacht en het antwoord, met de lach, wordt het nu weer ernstig. Hector spreekt een soort van zegen uit, een goedzegging : hij neemt zijn zoon en zegent hem, hij wenst hem goed. Hij moge dapper zijn, geëerd bij zijn vijanden, een vreugde voor zijn moeder.

Dan volgt een soort van afstand-doen : hij legt het kind in de armen van zijn moeder. Hij troost haar door naar het fatum te verwijzen : het lot staat boven alles. Dan volgt een terechtwijzing : trek het je niet aan, want het zijn je zaken niet. Het klinkt tamelijk bars, maar erachter zit een grote bezorgdheid : hij wil zijn vrouw niet ongelukkig maken door haar ook zijn problemen te geven.

Andromache heeft begrepen : ze gaat direct weg, nog voor het einde van het gesprek. Toch keert ze zich nog dikwijls om, en is ze niet onverschillig, want in het huis klinkt geweeklaag.

Hector geeft zich over aan het lot. Toch moeten we een onderscheid maken tussen actief en passief fatalisme. Men kan zich tegen het lot verzetten, erdoor lamgeslagen worden, er zich achter verbergen. Hector aanvaardt zijn lot, maar blijft het zelf meester, door zijn plicht te doen, nl. eer verwerven.