De volksvergadering loopt door. De ontstemde Agamemnoon valt Achilles aan, die zich verweert. Van woorden komt het tot daden. Achilles staat met het zwaard voor Agamemnoon maar Athena verhindert een gevecht. Besluit van de vergadering: Agamemnoon moet Chryseïs afgeven en eist Briseïs op. Achilles geeft Briseïs af, maar trekt zich terug uit de strijd.

Onzalige eed.

achilles_gewond
Achilles door Paris aan de hiel gewond (Charles Alphonse Gumery - 1850)

Toen sprak de zoon van Peleus in honende woorden tot de zoon van Atreus
en hij stelde nog geen einde aan zijn wrok:
“Drinkebroer, met je hondeogen en je hindehart,
nee, om samen met je volk je te harnassen voor de strijd
of om op strooptocht te gaan met de dapperste Grieken
heb je geen moed genoeg; dat schijnt je dood te zijn.
Het is inderdaad heel wat gemakkelijker in het ruime kamp der Grieken
geschenken af te nemen van wie je durft tegen te spreken,
uitzuiger van een koning, vermits je over slappelingen regeert,
zoniet zou, zoon van Atreus, dit wel eens je laatste wandaad zijn geweest.
Maar ik zal tot je spreken en er een plechtige eed bij zweren
hier bij deze scepter; nooit meer zal hij nog bladeren en twijgen
voortbrengen of gaan bloeien, sinds hij zijn stam in het bergland verliet;
want een bronzen mes ontdeed hem van bladeren en schors
nu dragen hem de zonen der Grieken
in hun handpalmen als rechters, zij die vanwege
Zeus het recht behoeden; dit zal dus mijn plechtige eed zijn:
Eens zal bij alle zonen der Grieken het verlangen naar Achilles opkomen
en dan zal jij, hoezeer het je ook berouwt, hen niet kunnen helpen,
als ze talrijk zullen neervallen, gedood door Hector de mannendoder.
Jij zal dan in je binnenste woede voelen knagen,
omdat je de dapperste Griek geen eer hebt gebracht.”
Zo sprak Peleus’ zoon en hij smakte de met gouden spijkers
beslagen scepter weert tegen de grond en ging weer zitten.

Deze tekst bestaat uit twee stukken: een scheldpartij en de eed.

Achilles verwijt Agamemnoon dat hij een lafaard is, en een uitzuiger, die van de anderen wil profiteren.
Sterk hiermee in contrast staat de eedformule. In feite zweert Achilles niet meer te zullen vechten, maar hij zegt het niet. Het staat er indirect in: “Je zal me missen als het jullie slecht gaat.”
Een groot deel van de eed is de huldiging van zijn scepter, waarbij hij zweert. Deze scepter is een symbool van recht, en niet zozeer van macht, zoals bij ons. Achilles voelt zich in zijn recht getroffen: hij gaat vechten en krijgt geen buit. Agamemnoon laat vechten en neemt de buit.

Achilles gooit de scepter weg: het recht is ontkracht. Een ultiem oordeel van de oude Nestor faalt.

Advertenties