ilias1

I
Chryses, priester van Apollo, komt zijn dochter Chryseis terugkopen, die slavin is van Agamemnoon; deze weigert; op vraag van Chryses stuurt Apollo de pest over het leger. De ziener Kalchas zegt dat Chryseis moet worden teruggegeven. Hevige ruzie tussen Achilles en Agamemnoon. Deze laatste stuurt Chryseis terug, maar geeft het bevel om Briseis, slavin van Achilles, af te nemen. Achilles besluit niet meer mee te vechten. Op vraag van Thetis staat Zeus toe dat de Trojanen de strijd beheersen tot de Grieken het onrecht, Achilles aangedaan, hebben hersteld.

II
Zeus stuurt naar Agamemnoon een bedrieglijke droom om hem tot de strijd te bewegen. Vergadering. Men zal vechten. Opsomming van troepen en schepen.

III
De Trojanen dalen af in de vlakte. Wapenstilstand. De ouderen en Helena staan op de stadswallen. Tweegevecht van Paris en Menelaos. Afrodite redt Paris en brengt hem tot bij Helena.

IV
Een Trojaan heeft op Menelaos geschoten en de strijd hervat. Ares en Apollo kiezen het Trojaanse kamp. Athena dat van de Grieken.

V
Eerste grote veldslag. Razend gevecht. Aeneas wordt gewond, evenals Aphrodite, die hem van het slagveld komt halen. Slachtpartij. Ares wordt verwond door Diomedes.

VI
De waarzegger Helenus raadt Hector aan om tot Athena te bidden. Hector keert terug naar Troje, verzamelt de vrouwen voor het gebed en vertrekt opnieuw. Afscheid van Hector en Andromache.

VII
Vervolg van het gevecht. De Grieken worden teruggedrongen. Tweegevecht tussen Hector en Ajax. Bestand om de doden te begraven.

VIII
Godenvergadering. Zeus verbiedt de goden om de strijdenden bij te staan. Tweede grote veldslag. De Grieken worden weer teruggedrongen. Hera en Athena willen te hulp komen; Zeus richt verwijten tot de godinnen.

IX
De afvaardiging. Agamemnoon verzamelt de Griekse leiders en stelt voor het beleg op te heffen. Nestor stelt voor om Achilles terug te winnen. Agamemnoon wil Briseis teruggeven aan Achilles, samen met geschenken. Phoenix, Ajax en Odysseus gaan Achilles opzoeken, maar deze weigert.

X
Tijdens een nachtelijke verkenningstocht overvallen Odysseus en Diomedes de Trojaan Dolon. Ze doden hem nadat hij heeft aangeduid waar het kamp is van Rhesos, koning van Thracië, die de Trojanen te hulp is gekomen. Ze doden Rhesos en stelen zijn paarden.

XI
Derde grote veldslag. Het gevecht doorloopt verschillende fases. De Grieken verliezen. Nestor smeekt Patroclos om Achilles te vermurwen of om zelf Achilles’ wapenuitrusting aan te trekken, om de Trojanen angst aan te jagen.

XII
De Trojanen dringen door tot in het Griekse kamp.

XIII
Hector tracht de Griekse schepen te bereiken. Hevig gevecht.

XIV
Hera kan Zeus meetronen naar de berg Ida. Daar valt hij in slaap. Poseidoon grijpt de gelegenheid om de Grieken te hulp te snellen.

XV
Zeus wordt wakker, berispt Hera, en kondigt aan dat de Trojanen zullen overwinnen. Hector raakt tot bij de schepen en kan ze bijna in brand steken. Ajax houdt alleen de Trojanen tegen, die met vuur komen aanlopen.

XVI
De Trojanen steken een Grieks schip in brand. Achilles ziet het vuur en staat Patroclos toe om zijn wapenrusting aan te trekken, maar alleen om de Trojanen van de schepen te houden. Patroclos wordt door Hector gedood.

XVII
Gevecht bij het lijk van Patroclos. De Trojanen zijn aan de winnende hand. Menelaos slaagt erin om Patroclos’lichaam tot bij de schepen te brengen.

XVIII
Smart van Achilles bij de dood van Patroclos. Thetis komt hem troosten en gaat dan Hephaistos opzoeken, die voor Achilles een volledige wapenrusting vervaardigt. Beschrijving van het schild van Achilles.

XIX
Achilles krijgt genoegdoening van Agamemnoon. Hij maakt zich klaar om opnieuw te komen vechten.

XX
Algemene veldslag. Ook de goden vechten, met Zeus’ toestemming, mee: Hera, Athena, Poseidoon, Hephaistos vechten aan Griekse kant. Ares, Apollo, Artemis, Leto, Aphrodite vechten met de Trojanen. Heldendaden van Achilles.

XXI
Achilles jaagt de Trojanen op de vlucht tot aan de stadsmuren.

XXII
Hector wacht Achilles op aan de voet van de stadsmuren, ondanks Priamos’ smeekbeden. Als hij Achilles ziet wordt hij door vrees bevangen en vlucht hij. Achilles achtervolgt hem in een drievoudige loop rond de stadsmuren. Zeus weegt het lot van Hector: hij moet sterven. Hector wordt door Achilles gedood, en deze sleept zijn lijk tot aan de schepen. Wanhoop van Priamos, Hecabe en Andromache.

XXIII
Achilles heeft Patroclos gewroken en betuigt hem de laatste eer. Begrafenis van Patroclos. Men richt een brandstapel op. Het vuur verteert het lijk van Patroclos, samen met twaalf jonge Trojanen, die Achilles gevangennam om deze marteldood te sterven. Spelen ter ere van Patroclos.

XXIV
Achilles sleept het lijk van Hector rond het graf van Patroclos. Priamos komt het lichaam van Hector vragen, en Achilles geeft het terug. Bestand van elf dagen. Begrafenis van Hector.

Advertenties