De geldvraag.

28.

Wellicht zullen jullie deze voorstellen aanvaardbaar vinden, maar vóór alles zal je willen te weten komen hoeveel geld er nodig zal zijn en vanwaar het zal komen. Dit punt wil ik dus nu afhandelen. De financiering dan: het onderhoudsgeld, alleen maar voor de voeding, komt voor deze strijdmacht op 90 talenten of iets daarboven; namelijk voor 10 snelle schepen 40 talenten, dat is 20 mna’s per schip en per maand; voor 2000 soldaten evenveel opdat elke soldaat per maand 10 drachmen voor zijn voeding krijgt; voor de ruiters, 200 man sterk, als elk per maand 30 drachmen krijgt, 12 talenten.

29.

Als iemand meent dat het maar een gering uitgangspunt is te zorgen voor het onderhoud der manschappen, dan is hij verkeerd; ik ben er immers vast van overtuigd dat wanneer daarin voorzien is, de soldaten zelf uit de oorlog de rest zullen putten, zonder één enkele Griek of bondgenoot te benadelen. En zo zullen ze wel een volledige soldij bekomen. Ik ben trouwens zelf bereid als vrijwilliger mee te varen, en indien het niet zo uitvallen zou, alles mee te lijden. Vanwaar kan nu het geld bijeengebracht worden dat ik van jullie verlang? Ik zal het je dadelijk uitleggen.

Financieel programma

30.

Dat is het, Atheners, wat we hebben kunnen vinden; wanneer dit jullie bevalt als het bij een stemming zou komen, keur het dan goed, opdat je niet alleen in stemmingen en geschriften oorlog zoudt voeren, maar metterdaad.

Nut der voorgestelde maatregelen.

Het staand leger.

31.

Het dunkt mij dat jullie over de oorlog en het geheel van de voorbereidingen beter kunnen oordelen indien jullie, Atheners, de aard van de plaats waarheen je wilt gaan oorlogen, voor ogen nemen, en daarbij overwegen dat Philippus, door een goed gebruik van winden en seizoenen, ons in alles weet te voorkomen en zijn plannen door te drukken, dat hij voor zijn ondernemingen de passaatwinden of de winter afwacht, wanneer wij niet in staat zijn om tot ginder te geraken.

32.

Daarom, met dit voor ogen, mogen wij niet vechten met hulptroepen (want wij zouden dan altijd te laat komen) maar met een staand, goed uitgerust leger. Als winterkwartier voor het leger kunnen jullie gebruik maken van Lemnos en Thasos en Skiathos en de andere eilanden in die buurt waarop je havens vindt, en voedsel, en al wat een leger nodig heeft. Gedurende het jaareinde, waarin de schepen gemakkelijk het land kunnen naderen, en geen winden moeten vrezen, zal onze vloot gemakkelijk voor de kust van zijn land, en de mondingen van zijn havens kunnen postvatten.

33.

Welk gebruik, en wanneer hij dan zal maken van die legermacht, dat zal, naargelang van de omstandigheden, moeten beslissen hij die daartoe door jullie als leider werd aangesteld; wat door jullie moet worden gedaan, dat is het wat ik schriftelijk heb voorgesteld. Indien jullie, Atheners, eerst het geld waarover ik sprak bijeenbrengen, vervolgens ook zorgen voor het overige: het voetvolk, de triremen en de ruiters, en bij wet verplichten dat die ganse krijgsmacht voltallig op het oorlogsveld moet blijven, indien jullie zelf ervoor instaan dat het geld er komt, en goed wordt beheerd, en dat jullie voor de krijgsverrichtingen van de aanvoerder rekenschap vragen, dan zullen jullie een punt kunnen zetten achter altijd dezelfde discussies, waar verder niets bijkomt.

34.

En daarbij komt allereerst nog dit, Atheners, dat jullie hem van zijn belangrijkste geldbron zullen beroven. Welke is die dan ? Hij voert oorlog tegen jullie op de kap van jullie eigen bondgenoten, door ze te beroven en te plunderen als ze de zee bevaren. Vervolgens, wat nog meer ? Jullie zelf zullen van leed gespaard blijven en hij zal niet meer, zoals in het verleden, binnenvallen in Lemnos en Imbros, en vandaar jullie medeburgers als krijgsgevangenen wegvoeren, of bij Gerastos jullie schepen praaien en ontzaglijke sommen ervoor opeisen, en tenslotte zal hij niet meer bij Marathon ontschepen en vandaar uit ervandoor gaan met jullie heilig trireem, zonder dat jullie dat kunnen verhinderen of kunnen tussenkomen op het ogenblik dat jullie zullen plannen.

35.

Waarom in godsnaam dan toch, Atheners, meenden jullie dat de feesten van de Panathenaien of voor Dionysos steeds op de gepaste tijd worden gehouden, of nu bekwame of onbekwame mensen worden gekozen om zich daarmee bezig te houden, feesten, waarvoor jullie evenveel geld over hebben als voor niet één van je expedities, waarvoor jullie zoveel personeel en toerusting aanwenden als voor ik weet niet wat ook ter wereld, terwijl de troepen die jullie uitzenden altijd aankomen nadat de kans verkeken is, zoals te Methone, naar Pagasae, naar Potideia ?

36.

Omdat in het eerste geval alles bij wet vastligt, en ieder van jullie lang van tevoren weet wie van zijn wijk de zorg zal dragen voor het koor of voor de sport, wanneer en door wie hij zal betaald worden bij wat hij te doen heeft, kortom, omdat in deze aangelegenheden niets onbepaald is, of onvoorzien, of aan het blinde toeval wordt overgelaten, maar in oorlogszaken, en de voorbereiding ervan, is alles geïmproviseerd, ongeregeld, onbepaald. Derhalve, zo gauw we iets vernemen benoemen wij triërarchen en laten we toe vermogens te ruilen en gaan we op zoek naar geldmiddelen, en daarna beslissen we dat vreemdelingen en vrijgelatenen moeten scheep gaan, dan weer dat wij het zelf zullen doen

37.

dan weer, dat zij toch in onze plaats zullen gaan, en dan, door al dat uitstellen, is het doel van onze tocht door de feiten achterhaald, want de tijd om handelend op te treden verkwisten wij met voorbereidselen, maar het geschikte ogenblik om te handelen blijft niet wachten op onze traagheid en onze uitvluchten. En de troepen waarop wij meenden te mogen rekenen, blijken op het beslissende moment machteloos om wat ook te doen. Philippus daarentegen drijft zijn overmoed zo ver dat hij naar de mensen van Euboea brieven durft zenden met dergelijke inhoud.
(… Voorlezing van de brief.)

38.

Van wat hier werd voorgelezen, Atheners, is het meeste, en zeker meer dan nodig is, waar, maar misschien niet aangenaam om te horen. Maar indien iemand, om niet te grieven, wat zou weglaten in zijn uiteenzetting, (in de hoop dat) het ook in de werkelijkheid zou wegvallen, dan doet men er best aan het volk naar de oren te praten; indien echter aangenaam klinkende woorden, die absoluut niet betamen, nadeel berokkenen in werkelijkheid, dan is het een schande zichzelf te bedriegen, en door alles wat op de lange baan te schuiven,

39.

de feiten steeds achterna te komen en niet eens te kunnen begrijpen dat zij die op een gepaste wijze de oorlog willen voeren, de gebeurtenissen niet achterna mogen hollen, maar dat ze steeds een stap voor moeten blijven, en dat, zoals men van een strateeg mag verlangen dat hij de leiding neemt van het leger, ook wie het beleid voeren, het zo aan boord moeten leggen dat ze de zaken naar hun hand zetten en niet verplicht worden de zaken achterna te lopen.

40.

Jullie nu, Atheners, beschikkend over de grootste legermacht van allemaal – schepen, hoplieten, ruiters, geldbronnen – hebben tot op de dag van heden daarvan nooit een behoorlijk gebruik gemaakt. Maar jullie hebben je er niet om gestoord om, zoals barbaren het doen, met de blote vuist te vechten tegen Philippus. Want wie van hen getroffen is, grijpt steeds naar de pijnlijke plek, geef je hem elders een slag, dan gaan zijn handen daar naartoe, maar van dekking zoeken of zijn tegenstrever in ’t oog houden, heeft hij geen benul, hij wil het niet eens.

41.

En jullie, als jullie horen dat Philippus in de Chersonesos is, dan beslissen jullie daarheen hulp te zenden, is hij in Pylae, dan daarheen, is hij ergens anders, dan lopen jullie met hem wat op en af, en jullie laten door hem de strategie bepalen, terwijl jullie zelf, in verband met de strijd, geen enkele afdoende beslissing treffen; jullie kunnen niets van tevoren zien, eerst moeten jullie hebben vernomen dat het al afgelopen is, of tenminste al bezig. Zoiets was misschien vroeger nog aanvaardbaar, maar nu gaat het om zijn of niet zijn, nu is dat niet meer duldbaar.

Advertenties