De nodige maatregelen

16.
Eerst en vooral dus, Atheners, stel ik voor dat je 50 triremen moet klaarmaken, vervolgens dat je zelfs bereid moet zijn om zo nodig erop in te schepen en ermee weg te varen. Bovendien raad ik aan een aantal paardenschepen voor de helft van onze ruiterij en geschikte vrachtboten uit te rusten.

17.
Ik meen dat dit alles moet ter beschikking staan tegen zijn onverhoedse uitvallen vanuit zijn eigen land tegen de Thermopylen en de Chersonesos en Olynthe en welke stad ook. Want dit moet hem aan het verstand worden gebracht, dat jullie, uit die al te grote zorgeloosheid, weer eens zouden kunnen opstaan, zoals je het deed tegen Euboea, en vroeger eens, naar men zegt, tegen Haliartos, en onlangs nog tegen de Thermopylen.

18.
Ook al zou je niet doen wat ik je voorstel als noodzakelijk, dan zou het (wat ik voorstel) niet helemaal te verwerpen zijn. Het doel is dat Philippus ofwel zich koest zal houden uit vrees dat hij jullie paraat weet (dat zal hij wel nauwkeurig te weten komen, er zijn er immers, er zijn er meer dan nodig is, die hem alles over onze gedragingen overbrengen), ofwel onbeschut zal verrast worden omdat hij dit veronachtzaamt, want er zal jullie niets in de weg staan om uit te varen tegen zijn eigen land, zo gauw de kans zich voordoet.

19.
Dat is het dus waarvan ik voorstel dat het door allen goedgekeurd moet worden en waarvan ik meen dat het in gereedheid dient te worden gebracht. Eerst en vooral echter, Atheners, raad ik jullie aan een legermacht paraat te houden, die voortdurend zal moeten vechten en hem pijn zal doen. Spreek me niet van tienduizend of twintigduizend huurlingen, niet van een troepenmacht die slechts op papier bestaat, nee, het leger moet echt van onze stad zijn, en of jullie nu één of meerdere, deze of gene of wie ook tot bevelhebber kiezen, het moet bereid zijn hem te gehoorzamen en te volgen. En ook de onderhoudskosten ervoor vraag ik jullie.

20.
Wat voor een leger zal het zijn, en hoe groot, en van waar zullen de geldmiddelen komen, en hoe zal het al het gevraagde willen uitvoeren ? Dat zal ik nu zeggen en het punt voor punt doornemen.
Huurlingen zeg ik dus – maar doe toch niet wat jullie al zo dikwijls heeft geschaad; als jullie menen dat alles moet wijken voor jullie plicht en de zwaarste beslissingen nemen, doen jullie als het op handelen aankomt zelfs niet het geringste ; maar doe en verschaf het kleine, en als je dat te weinig schijnt, voeg er dan wat aan toe.

21.
Ik spreek dus van alles samen 2000 soldaten, waarvan er 500 uit Athene moeten komen, van die lichtingen, die jullie daarvoor in aanmerking menen te komen. Ze moeten een vastgestelde tijd dienstplicht vervullen, niet te lang echter, maar zolang als het jullie goeddunkt, volgens aflossingsbeurten, de rest mogen dan huurlingen zijn. Daarbij ook nog 200 ruiters, waarvan minsten 50 Atheners, die op dezelfde wijze als het voetvolk voor de strijd gereed moeten zijn ; voor hen moeten paardenschepen worden bezorgd.

22.
Goed, wat daarbij nog? Tien snelle triremen, want aangezien Philippus een oorlogsvloot bezit, moeten ook wij snelle schepen hebben om de overtocht van ons leger veilig te stellen. Waar gaat dan voor dit alles het nodige geld vandaan komen? Wel, ook dat zal ik zeggen en aantonen nadat ik zal uitgelegd hebben waarom volgens mij zo’n kleine legermacht voldoende is, en waarom ik voorstel dat burgers moeten meevechten.

23.
Die krijgsmacht lijkt me voldoende, Atheners, omdat wij nu niet in staat zijn er een op de been te brengen die met de zijne kan wedijveren. Wij zijn genoodzaakt tot guerilla-oorlog, met zulke manier van vechten moeten wij ons voorlopig vergenoegen. Ons leger mag dus niet te groot zijn, want we hebben soldij noch proviand, maar toch ook niet al te onbeduidend.

24.
Burgers moeten erbij zijn en mee scheep gaan om deze reden: vroeger eens, naar ik gehoord heb, heeft de stad te Korinthos een huurleger onderhouden onder bevel van Polystratos en Ifikrates en Chabrias en anderen, en jullie trokken zelf met hen ten strijde. En ik weet dat die huurlingen met jullie, en jullie met hen, de Spartanen in een geregelde veldslag hebben overwonnen. Maar sinds die benden op hun eentje voor jullie oorlog voeren, verslaan zij vrienden en bondgenoten en worden onze vijanden machtiger dan nodig is. Ze bekijken jullie oorlog eens vluchtig en stevenen dan door, liever naar Artabazos of waar ook ter wereld, en de veldheer volgt hen, naar passende gewoonte; hoe kan hij immers bevelen als hij niet betaalt?

25.
Wat stel ik dus voor? Voorkom alle uitvluchten, zowel van de aanvoerder als van de soldaten door hun loon uit te betalen en door manschappen van bij ons aan te werven, die als een soort opzichters een oogje houden op de krijgsverrichtingen. Want zoals wij nu te werk gaan is het werkelijk lachwekkend. Indien iemand jullie zou vragen: “Leven jullie in vrede, Atheners?”, dan zouden jullie antwoorden: “Wij, godbeware, wij zijn in oorlog met Philippus.”

26.
Hebben jullie niet uit je midden 10 taxiarchen gekozen, en strategen, en phylarchen en twee hipparchen? Wat voeren die dan uit? Behalve één man die je naar de oorlog uitzendt, richten de anderen feestelijkheden voor jullie in, samen met de offermeesters, want zoals makers van lemen soldaatjes, kiezen jullie de taxiarchen en de phylarchen voor het marktplein, niet voor de oorlog.

27.
Is het dan niet nodig, Atheners, dat de taxiarchen uit uw midden komen, de hipparchen uit uw midden, de aanvoerders van bij jullie zijn opdat het echt een leger van de stad zou zijn? Maar de Atheense hipparch moet naar Lemnos varen, en over de ruiters die strijden om onze bezittingen voert een zekere Menelaos het bevel. Nee, ik wil de man niets verwijten, maar de aanvoerder, wie hij ook weze, moet iemand zijn, door jullie zelf gekozen.