Bespreking 13-30

Het is een simpele tekst. We hebben 2 deeltjes: een algemene inleiding (13-15), en de concrete uitwerking (16-30).

(13-15) Een stellingname.
– De noodzaak dat er wat moet gebeuren is voor iedereen duidelijk: conclusie van het vorige.
– Maar wat, hoe groot, en hoe betaald? Dit gaat concreet uitgewerkt worden.
– Een korte rechtvaardiging: wees niet verwonderd, en oordeel niet voorbarig.

(16-30)De uitwerking verloopt stelselmatig. Elk punt wordt apart beargumenteerd.

1. (16-20) Wat?
– 50 triremen: een soort van afschrikmiddel.
– Een paraat leger: dit zal hij verder uitwerken.
– Gevormd uit o.a. eigen burgers.

2. (21-22) Hoe groot? Cijfertaal.

3. Rechtvaardiging. Demosthenes toont aan dat het leger groot genoeg is.
– Aard van het gevecht: guerilla.
– Burgers tellen voor meer.
– Aanvulling: uit de historie (vroeger heb je het gekund) en ex absurdo.

4. De officieren: niet voor de parade, maar voor het gevecht.

5. Hoe betaald? Cijfertaal (heel concrete getallen). Antwoord op de vraag “voldoende”.

Heel kort besluitje.
Aanvaard die voorstellen, blijf niet bij een papieren oorlog.

Vorm
– Een rustige, zakelijke uiteenzetting, zonder te veel emoties. Wel wat sarcasme, ironie.
– De ontwikkeling van zijn gedachten is heel ordelijk, planmatig, duidelijk, koel geargumenteerd, concreet, gekruid met ironie en benadrukking.

Bespreking 31-41.

Het staand leger: Demosthenes zegt waarom hij deze voorstellen heeft gedaan, en waarom slèchts deze.

1. (31-32) De tactiek van Philippus vereist een staand leger. Philippus neemt geen vakantie, maar profiteert van elke kans: winter, winden, enz. “Jullie moeten dus ter plaatse blijven en zijn spelletjes dwarsbomen.”

2. (33) “Praat niet langer, maar doe wat ik je voorstel te doen.”

3. (34) “Dan zullen jullie kunnen voorkomen dat Philippus de gek met je scheert en met je eigen geld oorlog voert tegen jullie.”

4. (35-37) Vergelijking met de feesten: “waarom zijn jullie zo stipt in sommige zaken (feesten) en zo slordig in andere (oorlog)?” Omdat het eerste bij wet vastligt, en het andere wat improvisatie is. Indirect pleidooi voor een staand leger. Om jullie getreuzel spot Philippus met jullie.

5. (38-39) Aan die toestand hebben jullie zelf schuld. Jullie geloven aan je eigen sprookjes. Regeren is niet de volksgunst nastreven. Daarom komen jullie overal te laat.

6. (40-41) Opwekking: “jullie kunnen het, jullie hebben het sterkste leger, gebruik het goed. Het komt erop aan de juiste weg te kiezen.”

7. (laatste zin) Uitroep: zo kan het niet langer, het is de hoogste tijd.

Vorm
– Demosthenes zegt de dingen zoals ze zijn. Hij laat geen detail, geen nuance achterwege. De stijl is analytisch.
– Afwisseling in gevoelens en spreektrant: nu eens nuchtere opsomming met emotieloos feitenmateriaal, dan weer beschuldigend, smekend, ironizerend, verwijtend.

Bespreking 42-51

Thema is dubbel: de eigen burgers moeten meedoen; de verdwazing moet ophouden. Conclusie: in plaats van te lopen rondsuffen: ga vechten!

42-43: Overgang

– Jullie passiviteit is schaamteloos, gewoon geen aandacht schenken aan de situatie, ofwel er zich bij neerleggen, ofwel zelfs tevreden zijn dat het verlies niet groter is.
– Philippus zit niet stil. Hij gaat gewoon door, want niemand belet het hem.
– Oproep: wat kan jullie wakker maken?

44-45: Thesis

Geloof in zichzelf en in de hulp van de goden. Als wij maar wat gaan doen, en ons niet beperken tot praten en beloven, dan zullen de goden ons helpen. Met praten alleen komen we geen stap verder.

46-47: Methode

Geen huurlingen alleen, in dat geval is het gemakkelijk de aanvoerder te belasteren en te beschuldigen als er wat misloopt. Ga zelf mee, dan heb je het recht te getuigen en te oordelen als er wat misloopt. Zonder jullie riskeert geen veldheer de oorlog, hij zou nog liever de dood van een bandiet sterven. Hij wordt toch beschuldigd.

48-49: Aanklacht

Hernemen van het begin. Wij paaien ons met valse geruchten, we vinden ze zelfs uit, terwijl Philippus vrij spel krijgt. Hoe dwaas zijn wij?

50: Opwekking en Angstkreet

Laat de oogkleppen vallen en laten we begrijpen dat we moeten handelen, nu en ginds. Zoniet gaan we eraan.

Peroratio

Is kort en maakt weer duidelijk dat Demosthenes in de oppositie stond en een ingedommeld bestuur moest wakker krijgen.

Advertenties