Karel de Stoute (1467-1477)

Filips de Goede was een diplomaat. Zijn zoon Karel de Stoute (regeerde van 1467 tot 1477) was een te laat geboren ridder, een onstuimig karakter.

Amper was hij aan het bewind of hij sloot met vazallen van de Franse koning, tegen hun vorst in, de Liga voor het Algemeen Welzijn. Maar de Franse koning stelde listig zijn vazallen tevreden, zodat Karel de Stoute alleen overbleef.

Karel wilde een brug slaan tussen de landen van herwaarts en derwaarts-over, die van elkaar gescheiden waren door Elzas en Lotharingen. Hij kocht de Elzas, maar verloor hem opnieuw. Door de verovering van Lotharingen probeerde hij één rijk te creëren.

Luik bleef opstandig tegen Karel, en werd aangestookt door de Franse vorst. Toen Karel te gast was bij zijn aartsvijand Lodewijk XI, kwam Luik in opstand. Karel dwong Lodewijk mee te strijde te trekken tegen de Luikenaars. Ondanks de dappere aanval van de zeshonderd Franchimontezen op het Frans-Bourgondisch leger, werden de oproerkraaiers onder de ogen van de aanstoker, de Franse koning, uitgeroeid.

Zutphen en Gelre werden aangehecht, maar kwamen na de dood van Karel weer los.

Hij ambieerde ook de koningskroon, om de gelijke van de Franse koning te kunnen worden. De keizer moest de kroon verlenen. Met zijn dochter Maria, en de rijkdom van zijn gewesten bood Karel zich bij de keizer aan. Alles was klaar voor de kroning, maar op het laatste ogenblik liet de keizer het afweten.

Ook zijn droom van eenmaking ging kapot: na een gevecht in Zwitserland sneuvelt Karel bij Nancy (Lotharingen).

Karel zette de centralisatie verder die door zijn vader begonnen was. Hij splitste het bestuursapparaat in drie takken. De Grote Raad verliest macht en wordt louter bestuur. De rechterlijke macht wordt gegeven aan het Parlement van Mechelen, samengesteld uit legisten, het hoogste beroepshof, dat ook beslissingsrecht krijgt. De derde functie, het innen van gelden, verplaatste hij: de Rekenkamer van Mechelen vervangt de gewestelijke kamers.

Karel de Stoute maakte zich evenwel onsympathiek omdat de hervormingen te bruusk kwamen, en omdat hij zoveel vocht: de oprichting van een staand leger en een vloot kostten te veel geld.


Maria van Boergondië (1477-1482)

Maria kwam op de troon toen ze amper 20 jaar was. Ze moest een heel woelig land besturen. De Franse koning achtte de tijd rijp om Vlaanderen te heroveren. Om de Fransen weerwerk te kunnen bieden had Maria de steun nodig van de gemeenten. Deze profiteren van de gelegenheid om hun eisen te stellen. Ze krijgen voldoening in het Groot Privilegie. Dit stipuleert dat het Parlement van Mechelen wordt afgeschaft; dat Staten-Generaal en Provinciaal op eigen initiatief kunnen samenkomen; dat de voornaamste posten moeten worden bezet door inheemsen; en dat de handelingen van de bestuursorganen voortaan in de tal van de belanghebbende moesten gebeuren.

Meer steun ondervindt Maria door haar huwelijk met Maximiliaan van Oostenrijk, die dadelijk de Fransen verslaat.

In 1482 sterft Maria in een ongeval. Ze laat een zoon van 4 jaar achter: Filips. Maximiliaan wordt voogd.

Haar dood betekent het einde van het Boergondisch tijdvak, dat voor ons land belangrijk was omwille van de centralisering, waarin de contouren van het latere België zich laten zien. Ook de verfransing van de hogere kringen in Vlaanderen nam rond deze tijd een serieuze vlucht.

Vanaf dit ogenblik worden onze gewesten ingeschakeld in een groter territorium: we bepalen niet meer onze eigen politiek, maar we worden een (dikwijls verwaarloosd) (grens)deel van een wereldrijk.

Advertenties