Na de moord op zijn vader, Jan zonder Vrees, kiest Filips partij voor Engeland. Samen met de Engelsen strijdt hij tegen Frankrijk. Als de kansen keren ten gunste van Frankrijk, dat door Jeanne d’Arc wordt gered, verandert hij van politiek, en sluit hij, met grondwinst, met Frankrijk het Verdrag van Atrecht (1435). Frankrijk geeft hierin alle macht over Vlaanderen af: het leenschap van de koning van Frankrijk houdt op. Ook met Engeland sluit Filips een verdrag, dat onze economie beveiligt.

Filips bewerkte ook een territoriale en administratieve eenmaking. Hij koopt (1421) Namen, Brabant wordt overgenomen door erfenis. Holland, Henegouwen en Zeeland worden afgenomen van Jacoba van Beieren. In 1441 wordt Luxemburg aangehecht. Ook in de prinselijke kerkelijke vorstendommen plaatste hij zijn mannetjes.

Behalve Luik was zowat het hele huidige België onder één hoofd samengebracht. Het was nog niet eengemaakt, maar een personele unie (verschillende zelfstandige gebieden onder één persoon verenigd). Wat door Filips is bijeengebracht, is nadien niet meer gescheiden. De grenzen bleven tot aan de Franse Revolutie bestaan.

Ook administratief voerde Filips een eenmaking door. Hij slaagde er evenwel in de provincialistisch denkende Vlamingen in de overtuiging te laten dat ze hun eigenheden mochten behouden.

Jan zonder Vrees had de van Filips de Stoute geërfde Raadkamer van Rijsel opgesplitst in een Rekenkamer (Rijsel, financiën) en de Raadkamer van Gent (de hoogste beslissingsmacht in justitie). In Brabant bestond al de Rekenkamer van Vilvoorde, en er werd ook een Raadkamer opgericht te Mechelen. In alle gewesten richtte Filips de Goede dezelfde instellingen in, en maakte zo de onderbouw klaar voor een eengemaakt rijk.

Een verdere centralisering was te merken in twee instellingen, door Filips gecreëerd, die de personele unie overstegen. Zo was de Kanselier, die de vorst vertegenwoordigde als hij afwezig was, niet gebonden aan één vorstendom; de vorst moest door alle vorstendommen worden aangenomen, de kanselier niet. Een tweede supraterritoriale instelling was de Grote Raad of Hofraad (1446): voor de samenstelling ervan werd niet gekeken naar de locale oorsprong van zijn leden, maar naar de bevoegdheden, alle onderdanen werden als één geheel gezien, en daaruit werden de meest bevoegden gekozen. De Raad was samengesteld uit adel, legisten en ambtenaren. De Grote Raad zetelde dagelijks, en was voor Vlaanderen de opperste rechtsbevoegdheid, met hertog of kanselier samen besturend.

Er bestond nog geen vast belastingsstelsel. Als de vorst geld nodig had deed hij een bede aan de vorstendommen. Daarvoor waren, als democratische vertegenwoordiging van onder uit, de Provinciale Staten samengesteld. Om deze belastingsinning te vergemakkelijken werden er uit de Provinciale Staten afgevaardigden verzameld in de overkoepelende Staten-Generaal, die bijeengeroepen werd als de vorst het wenste.

De weerstand van de gemeenten werd gebroken. Gent, Brugge, Luik, legden zich niet neer bij het verlies van hun macht, maar werden neergeslagen.

We krijgen dus nationale organen, niet op regionale, maar op unitaire basis. Filips slaagde er bovendien in de edellieden ook moreel aan zich te binden met de instelling van de Orde van het Gulden Vlies. Wie hiertoe werd toegelaten, voelde zich tot de hertog verplicht.

Dit alles maakt dat Filips de Goede, die werd aangeduid als de Grand Duc d’Occident, van Justus Lipsius later ook de bijnaam krijgt van “Conditor Belgii”, stichter van België.

Advertenties