Uit het dubbele huwelijk van Margareta van Constantinopel, dochter van Boudewijn van Constantinopel, waren twee takken ontstaan: de Avesnes en de Dampierres. Zij twisten over de erfopvolging van Margareta en de Franse koning Lodewijk IX kent Henegouwen toe aan de Avesnes, en Vlaanderen aan de Dampierres. In Vlaanderen was de graaf wel heer, maar de eigenlijke macht berustte bij de leenheer, de Franse koning.

Filips de Schone

In de steden werd de baljuw door de heer, en de schepenen door de patriciërs aangeduid. De heer wordt zo de bondgenoot van de lagere sociale klassen, in hun spanningen met de vermogenden. In verschillende steden waren er opstanden en rellen, zonder resultaat. Slechts in één geval kwam er een verandering: in Gent, bestuurd door de XXXIX. Er bestond een rivaliteit tussen Gent en zijn heer. Bij een betwisting komt de graaf, Gwijde van Dampierre, tussen. Hij zet de XXXIX af en installeert een meer proletarisch bewind. Hiermee gaat de graaf, volgens de Gentse Keure, buiten zijn bevoegdheid. De Gentenaars doen dan een beroep op de leenheer van de graaf, de Franse koning Filips IV. Deze was zeer ambitieus en profiteert graag van de situatie om tussenbeide te komen. Filips stelt de XXXIX opnieuw aan en benoemt zelf een baljuw, wat een inbreuk betekent op het recht van de graaf.

Sinds Bouvines had de Franse koning al de lagere adel aan zijn kant, nu komen daar ook de patriciërs bij, ze worden Leliaerts genoemd naar de leliebloem in de Franse vlag. De graaf kan slechts steunen op de proletariërs en zoekt dus ook andere steun: bij Engeland, dat vaste voet wil krijgen. Gwijdes dochter Filippina zou trouwen met de Engelse kroonprins, de leenman zou zich binden aan de vijand van zijn leenheer. Dit wordt door Filips voorkomen door Filippina gevangen te zetten.

De Franse koning zendt een leger en verovert heel Vlaanderen in 1297. Engeland komt niet tussenbeide. Gwijde van Dampierre, en zijn zoon Robrecht van Bethune worden gevangen gezet en Vlaanderen krijgt een gouverneur: Jacques de Châtillon. De repressie tegenover de anti-royalisten is wreed. Er vormen zich dan ook anti-Franse groepen die tijdens de Brugse Metten (18 mei 1302) in Brugge iedereen vermoorden die niet “Schild en vriend” kan uitspreken, wat voor de Fransen onmogelijk was. Jacques de Chatillon kan ontkomen en verwittigt de koning, die zijn eliteleger naar Vlaanderen zendt.

Enkele vrienden van de graaf stellen een leger samen van ongeveer 10 000 man, slecht getraind en slecht bewapend, om te vechten tegen het Franse leger (2000 ridders, het equivalent van 20 000 man voetvolk, en nog eens 4000 voetknechten). De legers vinden elkaar in de Guldensporenslag (11 juli 1302) in de nabijheid van Kortrijk, op de Groeninghekouter. De Vlamingen werden bijeengedrumd op een eilandje met in de rug het Franse bezettingsleger en vooraan de Franse riddermacht. Eigenlijk wonnen de Vlamingen niet, maar de Fransen verloren omdat de Franse ridders, die de eer voor zich wilden, hun eigen leger onder de voet liepen en dan met hun paarden vastgeraakten in de drabbige ondergrond. Twee op drie ridders sneuvelden, en ook zeven van de acht aanvoerders: heel het opperste kader van het Franse leger ging ten onder in deze veldslag.

Toch is 1302 geen overwinning geworden voor Vlaanderen. De gevechten bleven voortduren, zonder dat het tot een echte slag kwam. In 1305 begonnen de Vlamingen het beu te worden, en waren ze bereid ten allen prijze de vijandelijkheden te stoppen. De overeenkomst die werd gesloten, het Verdrag van Athis-sur-Orge, was ongunstig voor Vlaanderen. Vlaanderen herovert weliswaar zijn zelfstandigheid, maar moet een zware boete betalen, muren slopen, en het zuidelijke -Franssprekende – gedeelte werd bij Frankrijk aangehecht. Bij overtreding van de voorwaarden zou Vlaanderen gestraft worden. Het heeft veertien jaar geduurd vooraleer Robrecht van Bethune dit verdrag aannam en vrijkwam.

De politieke betekenis van de Guldensporenslag ligt hierin dat de vazal de leenheer overwint, en dat de centralisatiepolitiek van Frankrijk wordt verijdeld: het aangehechte Vlaanderen herwint zijn autonomie. Door de scheiding van Frans en Nederlands krijgt het bovendien een eigen identiteit. Een Vlaamse politiek is geboren, en zal zich voortdurend verder trachten los te maken van de Franse kroon. De sociale betekenis van de slag is dat de lagere klassen het hadden gehaald. Na Groeninghe blijven de sociale spanningen verder smeulen tot ver over onze grenzen.

In 1322 sterft Robrecht en zijn kleinzoon wordt graaf. Deze Lodewijk van Nevers was een schoonzoon van de Franse koning en Fransgezind. Tijdens zijn bewind gaat de opstand voort, maar de Westvlaamse Kerels, geleid door Nikolaas Zannekin, worden verslagen in Kassel in 1328. De strijd kwakkelt voor met wisselende kansen, de kloof tussen arm en rijk vergroot voortdurend.