Graftombe van Karel Martel in de Basilique Saint Denis
Graftombe van Karel Martel in de Basilique Saint Denis

Vanaf deze tijd begint de echte geschiedenis. De Karolingen vormen een overgangstijd : Karel Martel wordt opgevolgd door Pepijn. Hierna volgt Karel de Grote. Na diens zoon, Lodewijk de Vrome, valt het rijk uiteen in drie delen (Verdrag van Verdun, 843).

In 632 was de Islam ontstaan, en die godsdienst had zich in 100 jaar uitgebreid over een enorm rijk. In de 8e eeuw was de Islam de Pyreneeën overgetrokken. Rond 730 was in het Frankenrijk een zekere Karel aan de macht. In 732 leverde hij slag tegen de musulmanse legers nabij Poitiers. Karel versloeg de mohammedanen en kreeg de bijnaam Martel (hamer).

Deze overwinning had een grote betekenis. Op korte termijn: de hofmeiers vestigen definitief hun macht, en het Karolingische tijdvak begint. Op lange termijn: West-Europa manifesteert zich als een macht en zal honderden jaren toonaangevend zijn. Door deze overwinning is het Christendom een wereldgodsdienst kunnen worden, en werd een culturele en economische grens gelegd tussen het musulmanse zuiden en het christelijke noorden. Door de afsluiting tegen de Islam werd geen handel meer gedreven met het zuiden en het oosten. De middeleeuwse maatschappij is dan ook autarkisch. Pas in de 15e eeuw gaat men weer op zoek naar andere landen.

Een ander effect was de structurele invloed op het patroon van de maatschappij van die tijd. In de Sippe, waar alles op de groep was gericht, was het privé-bezit binnengedrongen. Er was al een differentiëring tussen gewone krijgers en aanvoerders. Zo ontstonden lagen: slaven (die uiteenvallen in lijfeigenen en laten) ; een grote massa landbouwers, die in het leger het voetvolk, en in de maatschappij de kostwinners waren; en daarboven een elite van eerst gewone leiders, die daarna ook bezitters werden, die zich een paard konden veroorloven, die in het leger dus ruiters werden, die verplicht waren voor paard en uitrusting te zorgen, die de voornaamste vechters waren en de macht hadden. Bij Poitiers was de slag door de ruiterij gewonnen. De ruiters kregen als beloning de riddertitel, wat later zou evolueren tot de adel. Ze kregen ook grond. Uit deze landeigendommen ontstond het leenstelsel. Hier zien we dus het ontstaan van de typisch middeleeuwse drie-standenmaatschappij : clerus, ridders, 3e stand (laten en landbouwers).

Tijdens deze periode vond ook de kerstening van onze streken plaats. De Germanen hadden een weinig georganiseerde godsdienst : ze hadden gave zedenwetten en beleden een soort van animisme. De Romeinen die hier woonden waren dikwijls christelijk. De missieposten lagen meestal in het zuiden. De hoogste was Tongeren (Sint-Servaas). Ook in de rest van het land trokken missionarissen rond : Amandus (stichting van Geel), Eligius, Lambertus, Willibrordus. Toen ontstonden ook de oudste abdijen (Benedictijnen). De verchristelijking en de vestiging van onze gemeenten dateert uit die tijd.

Troon van Karel de Grote (Dom van Aken)
Troon van Karel de Grote (Dom van Aken)

Karel Martel sterft in 741. Pepijn III volgt hem op. In ruil voor een gebiedsafstand in Italië krijgt Pepijn de Korte van de Paus de koningstroon. Hierna komt Karel de Grote. Karel zal worden opgevolgd door Lodewijk de Vrome. Na Lodewijk zal het Rijk uiteenvallen in 3 delen met het Verdrag van Verdun (843).

Karel de Grote breidt de grenzen uit, maar geraakt niet echt verder dan de Pyreneeën. Bij veldtochten in Spanje verloor hij veel manschappen. In het Oosten had Karel meer succes. Hij geraakte tot in Polen, Oostenrijk en Italië. Zo bouwde hij een onmetelijk rijk op.In 800 werd Karel tot keizer gekroond door de paus. In feite ging het om een politieke zet tegen het afgescheurde Oosten (Byzantium). Karel werd zo de erfgenaam van de Romeinse Caesars. Het Heilig Roomse Rijk der Duitse Natiën zal zowat 1000 jaar blijven bestaan.

Ontstaan van het leenstelsel.

In de maatschappij is een verdere geleidelijke humanisering waar te nemen. Er waren oorspronkelijk 3 groepen : ridders, vrijen, slaven. Onder invloed van het Christendom verdwijnt geleidelijk de slavernij (een slaaf werd niet beschouwd als een mens met rechten), en wordt ze omgevormd tot de lijfeigenschap. Anderzijds verliezen vele vrije mensen hun vrijheid. De gewone mensen konden zich niet verdedigen tegen gevaren en zochten bescherming bij de heer. In ruil voor die bescherming stonden ze rechten (o.a. op de grond) af aan de heer. Die grond konden ze dan in leen terugkrijgen. Ze werden in de verdediging ingezet, en moesten hand- en spandiensten verrichten. De heren werden steeds rijker en machtiger tot, na vele binnen- en buitenlandse oorlogen (Vikings !) alleen de sterkeren overbleven.

Aan de herenhoven ontstaan ook nieuwe functies. Zo werd de heer bijgestaan door de maarschalk (leider van de ruiterij) en de seneschalk (meester over de dienaars). Deze gewone huisdiensten evolueren langzaam tot belangrijke, zowat ministeriële, functies. Omdat in het onmetelijk rijk de verantwoordelijkheden moesten worden verdeeld, werd het rijk opgedeeld in gouwen (pagi), aan het hoofd waarvan een comes (gezel, graaf) stond, met aan de grens een markgraaf. Zo werd de macht gedelegeerd, maar men bleef toch ondergeschikt aan de vorst. De centrale macht oefende eerst haar controle uit via de missi dominici. Wanneer functie en titel erfelijk worden, gaat de centrale macht verzwakken, en de lokale macht toenemen.

Eginhard aan het schrijven (15e eeuw)
Eginhard aan het schrijven (15e eeuw)

De karolingische Renaissance.

In de economische autarkische activiteit spelen de abdijen een grote rol. Ze brachten zeer grote gebieden tot ontginning om in de lokale behoeften te voldoen. Door de rol van de abdijen ontstaat er, voor het eerst sinds de invallen der Germanen, weer een markante cultuur. De scholen worden weer opgericht. Er ontstaan weer letterkundige geschriften. Vanaf deze periode zijn geschreven teksten bewaard, zoals b.v. het Germaanse Ludwigslied en de Romaanse Séquence de Sainte Eulalie. Scholen werden verbonden aan de abdijen, maar ook aan burgerlijke gebouwen. Promotoren van deze culturele revival waren onder meer Eginhard en Alcuinus.

Ook in de bouwkunst is er een bloei. Men begint stenen gebouwen op te trekken, Oosters van inspiratie (Dom van Aken), en in de Romeinse basilicastijl, van waaruit de Romaanse stijl zich zal ontwikkelen.

Advertenties