Omstreeks het jaar 0 liep dwars door ons land, in de omgeving van de huidige taalgrens, het Kolenwoud, waarvan het huidige Zoniënwoud nog een restant is. Onder het woud was de grond betrekkelijk vruchtbaar. In Vlaanderen was de grond moerassig en onvruchtbaar.

In de omgeving van de Noordzee woonden de Morinen (Galliërs), in Vlaanderen de Menapiërs (Galliërs), en in het oosten de Eburonen (Germanen). Bezuiden het Kolenwoud en de Grote Rivieren vinden we de Nerviërs (Galliërs), en de Aduatiekers en Trevieren (Germanen).

In ’58 v.Chr. valt Caesar binnen. In ’57 breekt hij de Nerviërs van Boduognat. De Romeinen zijn alleen naar het Noorden gegaan om de Eburonen uit te roeien. De meeste Romeinen vestigden zich ten zuiden van het Kolenwoud. De stammen worden ingedeeld in civitates, die samen Belgica vormen. Later gaat de indeling verder in Belgica Prima en Secunda, en Germania Prima en Secunda.

Er waren 3 groepen: een bovenlaag van edelen (grondbezitters en militairen), een onderlaag van landbouwers en ambachtslui, en een tussenlaag van wijzen, de Druïden, ook beoefenaars van natuurgodsdienst.

In het noorden was er veel minder samensmelting tussen de Romeinen en de oorspronkelijke bewoners. Ten zuiden van het Kolenwoud komt er een samensmelting die de Gallo-Romeinse cultuur voortbrengt. Hier ligt de verre oorsprong van de taalgrens die dwars door onze gewesten loopt.

Germaanse raadsbijeenkomst (Zuil van Marcus Aurelius, Rome)
Germaanse raadsbijeenkomst (Zuil van Marcus Aurelius, Rome)

De Germanen waren tot aan de Rijn doorgedrongen, tot aan de Romeinse Rijksgrens, de limes. In 406 vond de grote doorbraak plaats: de Germanen overspoelen West-Europa. Bij ons vestigen zich de Salische en Ripuarische Franken. In het Noorden vestigen zich Saksen en Friezen.

Ten noorden van het Kolenwoud botsen de Germanen op een minder beschaafde bevolking, en ze blijven er hun Germaanse talen spreken. Ten zuiden van het woud ontmoeten ze een hogere beschaving en, ook al zijn ze militair machtiger, toch nemen ze die kultuur over. In de Vlaamse gewesten gingen zo de Kelten op in de Franken. In het zuiden gingen de Franken op in de Gallo-Romeinse kultuur.
De Germanen waren een zeer sterk stambewust volk. Ze leefden in stammen (de Sippe) met gemeenschappelijk bezit, in drie klassen ingedeeld. De gronden lagen rond een waterput en waren in drie delen verdeeld, verbouwd volgens het drieslagstelsel, dat tot aan het einde van het Ancien Régime in onze streken in voege bleef. Waar de Galliërs eigendom kenden, was bij de Germanen alles gemeenschappelijk.
Over de periode 400 tot 800 weten we eigenlijk niet zoveel.