De Verhuis

melodie: My Sarie Marijs

Tist Aberraan, ’n man uit mijn buurt
Moest buiten en werd weggestuurd.
Hij zocht dan naar een huis, ging aan alle kanten zien.
Dat duurde al een dag of tien.
Totdat hij vond zijn moeite beloond,
Er werd hem een huis getoond.

Refr. En Tist vond het huisje zo oprecht naar zijn zin.
Geschikt voor zijn huisgezin.

Maar de huisbaas zei dat de voorwaarde was:
Geen kinderen, want dat is al ambras.
O best sprak Baptist, want ik heb er geen een.
Ik kom met mijn Trien alleen.
Dat was een leugen, want hij had er acht,
En ’t negende werd nog verwacht.

En enkele dagen later trok de verhuis,
Op weg naar den nieuwen tehuis.
En de kinderen hielpen mee en die sprongen op een draf
De verhuiswagen op en af.
Breng dit alhier, Breng dat aldaar.
En seffens stond alles klaar.

En de huisbaas die lachte, die lachte, ’t was een lust.
Hij was van ’t bedrog niet bewust.
Hij dacht: die is goed, ’t gaat vooruit als dat ge ’t ziet
En ’t gebeurt alles gratis voor niet.
Hij dacht niet eens dat die hele karavaan
Mee binnen in ’t huis zou gaan.

Maar toen heel die boel van de kar was afgelaân
Zag hij z’allen mee binnen gaan.
Er kwam niemand terug en hij zag dan ook alras
Hoe ferm hij thans beetgenomen was.
Hij vloog naar Tist als bevend als een blad:
Ik dacht dat ge geen kindren had?

Mijnheer, sprak dan Tist, hoe ’t gebeurde weet ik niet,
Ik durf er op zweren, ziet,
Maar als men verhuist, geachte Heer De Roeck,
Komt alles weer uit den hoek.
Zo trok Baptist naar zijn nieuwen woon
En leeft er gelukkig en schoon.


oude_boekenkast_small
Recente artikels:

Alle artikels:

Bron: anoniem.

Advertenties