De zeven ezels

ezel

Jan Snul een pachter van ter Neele
Kwam met zes ezels uit de stad
Vijf joeg hij voor zich henen
Terwijl hij op den zesden zat

Als hij een poos met stille schreden
Gelijk een president gereden had
Roept hij: wat is dat?
Ik heb er maar vijf

Hij telt en hertelt
Hij keert zich tienmaal om
En keert zijn hoofd langs alle kanten
Ja!Ja! Ik ben hem kwijt
En zie hem nooit weerom
Ik wil mijn hoofd niet langer kwellen
Zoo nadert hij zijn huis met zijn gezellen

Zijn vrouw stond aan de deur
Hij roept haar toe van wijd
Sophie, ik ben een ezel kwijt
Ik had er zes gekocht en ‘k tel er nu maar vijf

Vijf? zegt Sophie
Gij snul, ik tel er wel zeven
Eén, twee, drie, vier, vijf en gij dan met uwen ezel,
Zijn er dat geen zeven?

Bron: manuscript / anoniem


oude_boekenkast_small
Recente artikels:

Alle artikels:
Advertenties