Bronnen

Als een mens op zoek gaat naar de oorsprong van zijn boekenverslaving, komt hij nogal eens uit op indrukken uit zijn groenere jaren. Zo zal bijvoorbeeld de herfstomgeving van het kasteel van Vorselaar voor mij voorgoed de kleur en geur bepalen van het “domaine perdu” uit “Le Grand Meaulnes”. De “14 Kapellekens” zijn dan weer zo’n plaats die me de Sagen en Legenden uit mijn geboortedorp in herinnering brengen. Ik las ze een kleine halve eeuw geleden in een merkwaardig ingebonden bundel stencils, geschreven door een onderwijzer-dorpsfiguur. En nu ligt die -bundel dus- toch wel voor mijn neus, zeker!

‘t Spookt in ‘t diepdal.

Midden in de Molenheide ligt het diepdal. ‘t Is een vierkante diepte: midden den hooggelegen grond rondom. De legende verhaalt dat daar ter plaatse eertijds de kerk van OUWEN stond. Maar de kabouters ondermijnden de kerk en de huizen van de stad Ouwen bij het zoeken naar hun verloren gouden kalf. De steunbalken, niet sterk genoeg om den last te dragen, braken en sleurden de kerk en de huizen naar de diepte.
Geen inwoner van Vorselaar zal zich ’s avonds en vooral met Kerstmis in de nabijheid van die geheimzinnige plaats begeven of ophouden, want, zo zeggen ze, ” ‘t spookt in ‘t Diepdal”.
En ze zullen voortvertellen hoe Jef en Sus op Kerstnacht konijntjes uit de sneeuw graafden in de Molenheide en hoe zij plots in de nachtelijke stilte, in ‘t diepdal, ‘t getamp van een kerkklok hoorden.

O, de geur van oud papier …

(De foto’s heb ik even geleend op de site van de Heemkundige Kring Vorselaar.)