Klassieke muziek : klassieke periode
ca. 1750-1820 na Chr.
In de 18e eeuw werden de opvattingen in de kunst bepaald door het classicisme. Na de weelderige barok keerde men terug naar de strenge vormen en regels van de klassieke oudheid. Dat betekende overigens zeker geen achteruitgang. Het orkest werd uitgebreider en ingedeeld in groepen met een vaste plaats. Een aparte dirigent ging het orkest voortaan leiden. Componisten gingen steeds vaker specifiek aangeven hoe hun muziek gespeeld moest worden, bijvoorbeeld met termen als piano (zacht) en forte (krachtig). In deze periode werd ook de pianoforte uitgevonden, een voorloper van de piano. Haydn en Mozart schreven hier veel materiaal voor. Nieuwe genres als de sonate, de symfonie, het solo-concert onstonden. De politieke onrust in veel Europese landen beinvloedt ook de muziek regelmatig (bijv. Beethoven).
Bekendste componisten uit de klassieke periode:
Christoph Willibald von Gluck (1714-1787, Duitsland)
Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788, Duitsland)
Joseph Haydn (1732-1809, Oostenrijk)
Johann Christian Bach (1735-1782, Duitsland)
André Grétry (1741-1813, België)
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791, Oostenrijk)
Ludwig van Beethoven (1770-1827, Duitsland)
Johann Nepomuk Hummel (1778-1837, Duitsland)
Carl Maria von Weber (1786-1826, Duitsland)
Gioacchino Rossini (1792-1868, Italië)
Bron: http://www.classicfm.nl/share/wiki/doku.php?id=geschiedenis -

Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

