Klassieke muziek : 20e eeuw
Modern Klassieke Periode, ca. 1910-heden
In de 20e eeuw verandert de klassieke muziek ingrijpend. Er zijn verschillende stijlen aan te wijzen, maar de belangrijkste verandering is dat klank belangrijker wordt dan melodie. Arnold Schoenberg wilde vanaf de jaren ’20 zich bij het componeren niet meer baseren op een bepaalde toonsoort. Hij ontwikkelde daarom het 12-toons systeem als vervanging voor de traditionele manier van componeren. Deze manier wordt ‘atonaal’genoemd (in tegenstelling tot de ‘tonale’, traditionele manier van componeren. Veel muziekliefhebbers vinden zijn muziek, en die van bevriende componisten als Webern en Berg, moeilijk te volgen vanwege de ‘valse’noten en het ontbreken van een melodie.
Een andere rode draad in de 20e eeuwse muziek is de belangstelling van componisten voor de voortschrijdende techniek. Al in de jaren ’20 en ’30 worden componisten hier door beïnvloed. In de jaren ’60 proberen componisten de elektronische ontwikkelingen in hun muziek te verwerken, bijvoorbeeld met behulp van tape-recorders. Ook zien we in de klassieke muziek steeds vaker een cross-over naar andere muziekgenres, zoals jazz, pop of wereldmuziek. Deze trend begint al bij George Gershwin en vinden nu terug bij componisten als Andrew Lloyd-Webber en artiesten als Andrea Bocelli en Il Divo.
Belangrijke moderne componisten:
Anton Webern (1883-1945, Oostenrijk)
Edgar Varèse (1883-1965, Frankrijk)
John Cage (1912-1992, Verenigde Staten )
Witold Lutoslawski (1913-1994, Polen)
Astor Piazzolla (1921-1992, Argentinië)
Yannis Xenakis (1922-2001, Griekenland)
György Ligeti (1923-2006, Hongarije)
Luciano Berio (1925-2003, Italië)
Pierre Boulez (1925-, Frankrijk)
Karlheinz Stockhausen (1928-, Duitsland)
Steve Reich (1936-, Verenigde Staten )
Philip Glass (1937-, Verenigde Staten )
Bron: http://www.classicfm.nl/share/wiki/doku.php?id=geschiedenis -

Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

