Zopas maakte ik kennis met “bleu.blanc.rouge“, de blog van Bart Van Loo, oud-leerling, voeg ik er met in dit geval gepaste trots aan toe.
In 30 jaar onderwijscarrière heb je vele duizenden leerlingen. Allen heb je hopelijk iets bijgebracht. Van allen heb je zelf veel geleerd. Je cumuleert elk jaar voldoende positieve ervaringen om er het volgend jaar opnieuw met goesting aan te beginnen.
En soms, heel af en toe, eigenlijk bijna nooit, is er dan één oud-leerling die wegen bewandelt en dingen doet die véél verder reiken dan de stoutste dromen die je hebt over wat je binnen je vak aan leerlingen kan meegeven.
Bart is er zo één.
Daarom, begeef u allen naar http://bartvanloo.blogspot.com/. Wat u daar te zien krijgt is meer de moeite van het lezen waard dan wat hier staat.
Grappig, maar ik herlas pas nog een artikel in Knack van -godbetere- 2 september 1987 (ik kan geen oud papier weggooien, vandaar de titel van deze blog). Het bevat een interview met Wilfried Decoo, mijn oud-prof pedagogie Frans, onder de omineuze titel “Straks kent Vlaanderen geen Frans meer”. Ik citeer hieruit een stukje:
In de eerste jaren van het middelbaar verdienen de regenten alle lof. Ondanks het feit dat zij vijfentwintig jaar met ondoelmatige metodes opgezadeld zijn, brengen zij de leerlingen door eigen initiatief en pedagogische kwaliteiten op een behoorlijk peil. Maar in de hogere jaren van het middelbaar onderwijs voltrekt zich het drama. De meeste licentiaten romaanse gaan uit van een soort moedertaal-onderwijs, vooral gebaseerd op literaire teksten en daterend uit de 19de-eeuwse Franse République des Instituteurs. Ter wille van de literatuur en grammatikale finesses valt de eigenlijke taalvaardigheidstraining stil. De breuk is immers enorm: aan het einde van de oriëntatiegraad staat een leerling op een niveau van 3000 à 4000 elementaire woorden Frans. Dan wordt hij plotseling gekonfronteerd met teksten op een moeilijkheidsniveau van 30 à 50 000 woorden. In de klas leidt dat tot ontcijferend geknoei, waar de gemiddelde leerling op afknapt.
Dat enkele bevoordeelden van die literaire analyses genieten, is geen argument om het eigenlijke taalverwerven bij de anderen stil te leggen. Onze onderzoekingen wijzen zelfs uit dat de leerlingen op het einde van het hoger middelbaar onderwijs meestal minder Frans kennen dan op het niveau van het lager middelbaar onderwijs.
Dat was dik twintig jaar geleden. Ondertussen draai ik al een vijftiental jaren (de helft van mijn “carrière”) mee in het taalvaardigheidsgericht taalonderwijs, dat zich uitdrukkelijk niet meer richt tot “enkele bevoordeelden”, maar tot de grote middelmaat. Ik laat het aan alle verstandige mensen, die het taalonderwijs al langer dan enkele jaren volgen, om te oordelen of het huidige taalonderwijs zoveel betere resultaten heeft opgeleverd dan het taalonderwijs dat hier door prof. Decoo wordt beschreven, en waarin ik moeiteloos mijn jonge ikzelf voor de klas bezig zie.
Ik vrees dat het huidige taalonderwijs veel te veel de “enkele bevoordeelden” in de kou laat staan. Het zijn nochtans die bevoordeelden die in hun verdere studies en leven met die taal en met de literaire en andere taalproducten iets zinvols gaan aanvangen. Het zijn ook die bevoordeelden die in een klasgroep de anderen mee verdertrekken.
Het is ondenkbaar dat in wetenschappelijke, wiskundige en technische vakken de leerplannen zich gaan richten op wie naast de meest interessante doelgroep valt.
In talen is dit ondertussen al meer dan een decennium de normale gang van zaken.
Gelukkig zijn er dus nog oud-leerlingen die een mens de zekerheid geven dat het niet allemaal voor niets is geweest.
Merci Bart.
P.S. Prof. Decoo, van wie ik hier een meer dan 20 jaar oud artikel citeerde, heeft over het kennis-vaardigheden-taalonderwijs van het laatste anderhalve decennium, heel pertinente dingen gezegd en geschreven. Hij is een heel leven lang onvermoeibaar op zoek naar de meest efficiënte vormen van taalonderwijs Frans. Hij heeft de leerkrachten en leerlingen tonnen bruikbaar materiaal aangereikt. Hij heeft altijd getracht leerkrachten te bemoedigen. Allemaal kwaliteiten die ik niet meteen terugvind als ik me nog maar eens aan de verplichte lectuur van een leerplan heb gezet.
Dit maar ter correctie van een beeld, mogelijk vertekend door bovengeplaatst citaat.